KievitsbloemKievitsbloemKievitsbloem

Thomas

* 21 augustus 1998 †

Wieger en Eline

Op 5-9-'95 zijn wij getrouwd en precies een jaar later (5-9-'96) werd onze dochter Beau Shari geboren. Toen Beau 9 maanden was begonnen bij mij de kriebels weer. Ik was zo in-en in-gelukkig met Beau en ik wilde graag nog een kindje. Op 5-9-'97, Beau's eerste verjaardag, stopte ik weer met de pil in de hoop snel zwanger te zijn. Het duurde 9 maanden voordat ik weer zwanger was. Op 6 juni 1998 deed ik een zwangerschapstest: positief! Ik was blij, maar het was meer blij omdat het 'eindelijk' gelukt was zwanger te raken. Vanaf het begin heb ik 'een gevoel' gehad. Het was geen goed gevoel. De eerste 12 weken kropen voorbij en op de dag van die 12 weken voelde ik opluchting. 'Zou mijn gevoel het dan toch mis hebben?'

Twee dagen later, op 20 juli 1998, zou ik eerst 's morgens een echo krijgen en 's  middags voor de eerste keer naar de verloskundige. Ik keek er verschrikkelijk naar uit, hoe had ik kunnen weten dat na die dag niets meer hetzelfde zou zijn. Op de echo werd een verdikte nekplooi ontdekt. Iets wat eigenlijk bijna altijd wijst op een chromosoom-afwijking. "Reken maar op een mongooltje of een zwaar gehandicapt kind!", werd er tegen ons gezegd. De volgende dag werd er in het ziekenhuis in Haarlem nog een echo gemaakt en in Amsterdam nog één. De dag daarna, 22 juli, werd een vlokkentest gedaan. De uitslag daarvan was dat ons kindje een klein stukje miste van chromosoom 12. Nu moesten we een bloedtest laten doen om te onderzoeken of één van ons iets mankeerde aan onze chromosomen. Dit bleek niet het geval. Een afwijking aan chromosoom 12 bleek iets zeldzaams en zeker het gedeelte dat ons kind miste. De artsen in het ziekenhuis wisten niet wat de gevolgen van deze chromosoom-afwijking zou zijn en zijn de boeken in gedoken. Doordat het zo zeldzaam is en ze er nog niet veel over weten, vroegen ze me een vruchtwaterpunctie te doen, in de hoop dat ze daar meer in konden vinden. Weer was wachten het enige dat we konden doen. 2 weken wachten. Inmiddels wisten we dat ik een jongetje bij mij droeg.

Op zondag 16 augustus werd ik verschrikkelijk emotioneel en raakte ik in paniek over de eventuele gevolgen van dit alles. De volgende dag kreeg ik lichte bloedingen. In paniek belde ik mijn huisarts op, maar die zei dat ik me geen zorgen moest maken zolang het bloed niet helder rood was. De volgende dag werden de bloedingen zwaarder, maar ook in het ziekenhuis zei men dat ik me pas zorgen moest maken als het bloed helder rood was. Toen het bloed de volgende dag, 19 augustus, inderdaad helder rood was wist ik dat het tijd was om me zorgen te gaan maken. Ik belde het ziekenhuis om een echo te vragen. Na wat moeite kreeg ik een afspraak om 3 uur 's middags. Vlak voordat we naar het ziekenhuis gingen heb ik al gezegd dat ik 'wist' dat ons zoontje niet meer in leven was. Toch was het een klap in ons gezicht om de arts te horen zeggen: "Het spijt me, maar ik moet uw vermoedens bevestigen, uw kindje leeft niet meer!".

Ik hou zo ontzettend veel van jou

Maar dat zal je nooit weten
Ik heb zo naar je verlangt
Maar dat verlangen zal nu altijd een droom blijven
Ik had je nog zoveel liefde te geven
Maar ik zal het je niet meer kunnen geven
En de kleertjes die ik voor je heb gekocht
Jij zal ze nooit dragen
Ik zing voor jou
Maar je hoort het niet meer
Ik aai over mijn buik
Maar jij voelt het niet meer
Ik sus je in slaap
Maar jij slaapt al, dieper dan mijn bedoeling was

En dan ga je naar huis om na te denken over wanneer je wil bevallen en wat er met je kindje moet gebeuren na de bevalling. We hadden een afspraak op 21 augustus, dan konden we te kennen geven aan onze eigen arts wat we wilden. Op het moment dat we de afspraak hadden had ik al weeën en dus was de keus snel gemaakt. Ik had mijn spullen al bij mij en ik werd meteen opgenomen. Pas toen ik mijn naam op de deur van de ziekenhuiskamer zag staan, besefte ik dat het echt om mij en ons kind ging. Hier zou hij ter wereld komen, hier zou ik hem voor het eerst en voor het laatst zien. Maar ik wilde niet huilen, ik wilde alles heel goed in mijn geheugen opslaan. Meer dan dit zou ik nooit meer hebben met mijn jochie. Ik werd aan het infuus gelegd en de weeën werden gelukkig al snel sterker. De bevalling ging snel, maar was erg pijnlijk. Het was zwaar, lichamelijk en geestelijk.

Op 21 augustus 1998 om kwart over 8 's avonds werd ons zoontje geboren.

Hij werd in de vliezen geboren. Het was allemaal zo klein en ik kon me nauwelijks voorstellen dat hij daar in kon zitten. De arts knipte de vliezen heel voorzichtig door en daar was hij: ons zoontje. Tegelijkertijd zeiden Wieger en ik "Wat is hij mooi he?!". Voor ons was dit het prachtigste jongetje op de hele wereld. Nadat wij hem een tijdje bij ons hadden gehad nam de verpleger hem mee om hem te meten en te wegen. Ieder ander kindje zou 18 cm en 150 gram zijn geweest (met 17 weken zwangerschap). We wisten dat hij in groei achterliep (dat is vaak zo bij kindertjes met een chromosoom-afwijking), maar we schrokken toen we hoorden wat hij woog en hoe groot hij was: maar 11 cm. en maar 30 gram. De verpleger vroeg ons hoe ons zoontje moest heten. THOMAS, was ons antwoord in koor. Die avond hebben we Thomas nog een tijdje bij ons gehad. Door het vele bloedverlies bleven we allemaal een nachtje slapen in het ziekenhuis.

De volgende ochtend was het tijd om weer naar huis te gaan. De verpleegster vroeg of we Thomas nog wilde zien. Wieger niet, hij had de avond ervoor afscheid genomen en kon het niet nog een keer. Ik wilde hem wel heel graag nog zien. Terwijl Wieger een kop koffie ging drinken bij de verpleegsters was ik met Thomas op de ziekenhuis-kamer. Ik bekeek hem van alle kanten en ik praatte tegen hem. Tot slot heb ik voor hem gezongen en hem gevraagd of hij met mij mee naar huis ging. Mee naar huis, in mijn hoofd, in mijn hart, in mijn ziel. Het was tijd om afscheid te nemen.

Dag mannetje, Mama houdt van jou!
Ik zal je voor altijd missen,
maar je zal ook voor altijd een deel van mij zijn.
Dag jochie van me, dag lieve Thomas!

Het schilderij dat ik voor Thomas heb gemaakt en het borduurwerkje, die 'toevallig' zo veel op elkaar lijken.

Jij hebt mij nooit aangekeken
En toch ken ik jouw blik
Ik zie het in haar ogen en de zijne
Of in mijn ogen,want jij dat ben ik

Ik heb jou nooit zien of horen lachen
Maar toch klinkt jouw lach in mijn oren
Ik sluit mijn ogen en doe mijn best
Om jou te zien en te horen

Ik heb jou nooit horen huilen
En ook troosten kon ik je niet
Maar jij huilt met mij
Wanneer ik overloop van verdriet

Jij hebt mij nooit geknuffeld
En ik heb jouw armpjes nooit om me heen gevoeld
En toch voel ik jouw warme armpjes
En hoe je zachtjes door mijn haren kroelt

Jij hebt mij nooit 'Mama' genoemd
Ik heb jouw stem nooit gehoord
Toch hoor ik je elke dag
En is het jouw stem die mijn hoofd doorboort

Ik heb jou nooit zien lopen
Toch hoor ik jouw voetstapjes op de vloer
Kleine, lieve en voorzichtige stapjes
En toch zo krachtig en zo stoer

Maar er komt een dag dat jij mij in mijn ogen kijkt
En dat je tevreden naar mij lacht
Dan zal mijn hart zich vullen met geluk en vreugde
Want daar heb ik zo lang op gewacht

Je zal dan naar me toe rennen
En je armen om me heen slaan
Samen huilen we van geluk
En dan laat ik je nooit meer gaan

Dan kan ik je geven wat ik altijd al wilde
En zal je zeggen wat ik altijd al wist
"Mama, ik hou van jou
en ik heb je zo gemist!"

Grote zus Beau, kleine broertje Nick en Papa en Mama van Thomas.