KievitsbloemKievitsbloemKievitsbloem

Luna Nelleke Krull

* 23 december 2002 †

Jaap en Sabine (ouders van Iris en Luna*)

Onze lieve Luna

Augustus 2002

Ik ben zwanger!!! O wat zijn we blij! En o wat zijn we bang!! In juli (tijdens onze vakantie in Frankrijk) verloor ik ons eerste 'kindje' na een zwangerschap van 5 weken. We wisten het nog maar 5 dagen. Maar we zijn weer zwanger en we zijn ook zooo blij en ook zooo bang! Rugpijn. Ik heb rugpijn, erg veel rugpijn, wat me deed denken aan de miskraam die ik kreeg in juli 2002. Langzaam verdwijnt de rugpijn en elke week doen we een zwangerschapstest.

Op 2 oktober hebben we de eerste echo in het ziekenhuis. Alles ziet er goed uit! Wat een opluchting is dit voor ons! Heel voorzichtig durven we blij te zijn. De gynaecoloog zegt ons dat het er allemaal erg goed uitziet: ? Er is een zeer fraaie dooierzak aanwezig... (deze woorden zal ik nooit meer vergeten). Ook zegt hij erbij dat de kans dat deze zwangerschap in een miskraam eindigt erg klein is, juist omdat het er allemaal zo mooi uitziet (in mijn dossier staat namelijk dat ik nog twee maal een miskraam heb gekregen in een vorige relatie, eentje met 11 weken en eentje met 6 weken). De gynaecoloog kan erg goed begrijpen hoe bang we zijn dat het mis kan gaan en stelt ons op alle mogelijke manieren gerust. Met een geruster hart verlaten we dan ook het ziekenhuis. Heel voorzichtig brengen we de familie op de hoogte. Wat zijn we blij! Voor Jaap gaat zijn allergrootste droom in vervulling: Hij wordt vader! Toch blijft er de hele tijd wat knagen. Nog steeds doen we elke week een zwangerschapstest, gewoon ter bevestiging.

Eind oktober hebben we onze tweede afspraak in het ziekenhuis. Je zwaait naar ons!!! O wat ben je groot geworden in die paar weken! Weer spreken we onze bezorgdheid uit aan de gynaecoloog en dit keer stelt hij ons nog meer gerust. Ons kindje ziet er erg goed uit en is goed gegroeid. De gynaecoloog zegt ons dat de gevaarlijkste termijn voor een miskraam rond de 8 weken ligt, en dat we die nu toch ruimschoots voorbij zijn. Hij meldt ons dat de kans dat het nu nog mis kan gaan kleiner is dan 1%!!! Dit stelt ons een heel stuk gerust. Hij zegt ons ook dat er nu geen reden meer is voor controle in het ziekenhuis en hij stuurt ons door naar de verloskundige. Vanaf nu zijn we dus onder controle bij de verloskundige. Toch blijven we een beetje bang...

Bij de verloskundige vragen we ook om een echo (voor ons ter bevestiging), maar zij laat ons merken dat zij dat niet doen omdat de onschadelijkheid van veelvuldige echo's niet is aangetoond. Dit vinden we erg jammer... Maar we horen elke keer het hartje van ons kindje kloppen, en uiteindelijk is dat ook het belangrijkste bewijs voor ons dat het goed gaat met de zwangerschap. Mijn buik begint flink te groeien, er moeten dan ook nieuwe broeken worden aangeschaft. Vol trots gaan we samen naar de winkels en kopen we wat nieuwe broeken. Nog nooit had ik zwangerschapsbroeken gekocht, ook niet tijdens de zwangerschap van mijn dochtertje Iris (toen studeerde ik nog, had geen geld en samen met mijn moeder heb ik toen 2 broeken "vermaakt", die ik dan ook de gehele zwangerschap heb gedragen). Het voelde zooo ontzettend goed en "stoer" om samen met Japie die broeken te kopen! We maken zelfs foto's van mijn groeiende buik en eindelijk eindelijk durven we blij en trots te zijn en geloven we in een goede afloop! Iris is helemaal in de wolken als ze hoort dat ze een broertje of zusje gaat krijgen. Ze fantaseert wat ze allemaal met het broertje of zusje gaat doen, ze vertelt me dat ze mee gaat helpen op de dagen dat ze vrij is van school. En tijdens het douchen wast ze elke keer mijn groeiende buikje.

Mijn groeiend buikje

Zondag 1 december 2002

's Avonds vlak voor het naar bed gaan, zie ik een klein beetje oud bloed. Ik schrik, vertel dit aan Japie. Ik probeer mezelf gerust te stellen met de gedachte dat het heeeel vaak voorkomt dat een vrouw wat bloed verliest in de zwangerschap. De volgende dag is het weg en heb ik er geen last meer van.

Dinsdag 3 december 2002

Vandaag gaan we in ondertrouw!! Toen we wisten dat alles goed ging met de zwangerschap, toen we durfden te geloven dat we ook daadwerkelijk ons kindje in onze armen zouden houden in (waarschijnlijk) begin mei 2003, hebben we "besloten" om voor die tijd te gaan trouwen! Dit wilden we doen in Amstelveen, in Japie zijn geboorteplaats. We vonden 3 maart 2003 wel een mooie datum en na navraag te hebben gedaan bleek dit ook nog te kunnen! Op 3 december, 3 maanden voor 03-03-03 zijn we in ondertrouw gegaan. Op het gemeentehuis ging ik nog even naar het toilet en daar zag ik dat ik weer wat bloed had verloren. Ik werd er een beetje nerveus van... Na onze ondertrouw zijn we nog even bij Japie zijn moeder op bezoek geweest (de familie wist nog nergens van en we wilden iedereen pas met kerst vertellen dat we gingen trouwen). Voor we in de auto stapten, ging ik weer even naar het toilet (het was ten slotte meer dan een uur rijden) en daar zag ik dat ik weer wat bloed verloren was. Nu werd ik heel erg bang, bang dat we ons kindje zouden kwijtraken!

Ik durfde niks te zeggen, we moesten ten slotte nog een heel eind rijden en om dat in paniek te doen, leek me geen goed plan. Toch merkte Japie in de auto dat er wat was. Heel voorzichtig vertelde ik het hem. Thuis aangekomen was ik behoorlijk in paniek. Japie belde meteen met de verloskundige en we konden meteen langskomen. Daar aangekomen hebben we meteen het hartje van ons kindje beluisterd. Toen ik het hartje zo tekeer hoorde gaan, moest ik meteen vreselijk huilen van opluchting! De verloskundige heeft ons (gedeeltelijk) gerustgesteld. Ze vertelde ons dat het hoogstwaarschijnlijk een oude innestelingbloeding was, die er op het moment van de bloeding niet uit kon komen. Nu de baarmoeder snel flink groter werd, zou het bloed er nu uit geduwd worden. Zo lang het oud bloed was en er geen vers bloed bij kwam kijken, hadden we volgens haar geen reden om ons zorgen te maken. Maar natuurlijk deden we dat wel. In de week die volgde had ik de ene dag geen bloedverlies en de andere dag wel een beetje, maar veel was het nooit.

7 december 2002

Al 2 dagen geen bloedverlies, zou het dan eindelijk voorbij zijn?

9 december 2002

Als ik 's morgens naar het toilet ga verlies ik ineens erg veel bloed! Oei wat een schrik! Meteen slaat de paniek toe! We bellen de verloskundige en zij komt meteen kijken. Ook zij schrikt van de hoeveelheid bloed die ik verlies en ze maakt een afspraak voor ons in het ziekenhuis. Diezelfde ochtend kunnen we terecht. De gynaecoloog (dit keer een vrouw) maakt meteen een echo. Op die echo zien we ons kleine kindje springlevend in beeld. Ze kijkt naar de organen en ze merkt op dat alle organen al in werking zijn! In het maagje zit vruchtwater en ook het blaasje is gevuld met urine. Dit doet ons zooo vreselijk goed om te zien en te horen! Ze meet ons kindje op en alles is goed gegroeid, alles ligt op schema. Verder onderzoek toont aan dat de placenta erg laag ligt en zelfs met een puntje over de baarmoedermond. Haar verklaring voor de bloedingen is, dat de placenta een klein stukje over de baarmoedermond heeft gelegen en dat met het groeien van de baarmoeder de placenta mee omhoog groeit. Elke keer wordt de placenta onderaan een stukje losgetrokken van de baarmoedermond, wat een bloeding veroorzaakt. Ze vertelt ons dat de placenta met het groeien van de baarmoeder binnen 6 weken geen bloedingen meer zou moeten opleveren. Ze maakt nog wat leuke foto's voor ons (onder andere een foto van de voetjes van ons kindje) en we maken een afspraak om over 5 of 6 weken opnieuw een echo (zowel inwendig als uitwendig) te maken om te kijken hoe de placenta dan ligt. Ook zegt ze erbij dat ik, tot aangetoond is dat de placenta niet meer over de baarmoedermond ligt, niet mag werken. De daaropvolgende week voel ik me nutteloos. Ik voel me goed, maar ben ook bang teveel te doen en daarmee schade aan te richten aan ons kindje. Ik lig voornamelijk op de bank tv te kijken, maar voel me lichamelijk verder goed. Ik voel me buiten nutteloos ook lui en ook nog steeds erg bang. We zijn dan wel gerustgesteld, maar toch blijft er een hele hoop angst hangen.

Echo's van Luna

Zaterdag 13 december 2002

Na de hele week thuis te zijn geweest en op de bank te hebben gehangen is het deze dag erg gezellig. Vrienden komen langs en blijven gezellig eten en slapen. Die avond gaan we in het pannenkoekenhuis eten met Iris en hun zoontje van een half jaar. Het is erg gezellig. Ik loop met hun zoontje naar de ballenbak en ik stel me voor hoe ik over een aantal maanden zelf met een baby in de ballenbak zit. Mijn vriendin vraagt me of ik mezelf al voor kan stellen met een baby over 4 maanden. Ik doe mijn best, maar ik moet bekennen dat het me erg veel moeite kost om me dat voor te stellen (ik voel me er haast schuldig over) en ik meld erbij dat ik me dat bij Iris ook niet kon voorstellen en dat dat ruimschoots werd goedgemaakt toen ze er eenmaal was. Nooit geweten dat ik door die uitspraak mezelf een "vloek" oplegde...

Die avond sliep Iris bij ons in bed omdat zij met zijn drietjes op haar kamer sliepen. Midden in de nacht word ik wakker. Ik voel een heleboel nattigheid en warmte stromen. Even moet ik wakker worden en dan besef ik me dat dit helemaal verkeerd is! Ik voel voorzichtig onder me en het hele bed is nat en kleverig! Bloed!! Ik maak Japie wakker en zeg hem dat we nu het ziekenhuis moeten bellen want ik voel allemaal bloed onder me. Hij schrikt, springt uit bed, doet het licht aan en wat we zien is geen bloed... Vruchtwater!!! Op dat moment zakt de wereld onder mijn voeten finaal in elkaar. Vruchtwater? Mijn vliezen gebroken? Dit is het einde van de zwangerschap? Intussen is mijn hele lijf aan het trillen geslagen, ik kan er niet meer mee stoppen. Jaap belt de verloskundige op en ze komt vrijwel meteen. Ik vertel haar half huilend, half in paniek dat mijn vliezen gebroken zijn. Toch wil ze dat voor de zekerheid even controleren. En ja hoor, mijn gevoel was juist.. Vruchtwater... Mijn wereld stort in... Ik weet meteen dat het helemaal fout is, dit kindje gaat het niet meer redden. De verloskundige belt het ziekenhuis en vraagt om een opname. Maar het ziekenhuis (of de gynaecoloog die ze aan de telefoon heeft) meldt haar dat ze niks voor ons kunnen doen op dit moment. Ik kan geen weeënremmers krijgen, dat doen ze pas vanaf 24 of 26 weken zwangerschap. Intussen heb ik Japie mijn vriendin laten wakker maken, want als we naar het ziekenhuis moeten dan moeten zij dat weten i.v.m. Iris. Ze komt naar beneden en volgens mij treft ze me in shock aan. Ik kan alleen nog maar trillen en ik kan niet eens meer huilen. Mijn hele gevoel is dood, en eerlijk gezegd wil ik ook niet meer voelen. De verloskundige zegt ons dat ze naar huis gaat, dat ze de volgende ochtend weer terug zal komen en dat we dan naar het ziekenhuis gaan. Zo gezegd, zo gedaan. Die nacht leek wel een nachtmerrie. Was het maar een nachtmerrie...

Rond 6 uur (geloof ik) bel ik mijn ouders op, want als we de volgende dag naar het ziekenhuis gaan moet er iemand zijn voor Iris, want onze vrienden zouden weer naar huis gaan. Mijn moeder neemt redelijk snel de telefoon op (alsof ze wist dat er wat was) hoewel de telefoon niet eens op de slaapkamer stond. Ze neemt op, ik zeg "met mij". Ze vraagt: "wat is er??" Half huilend zeg ik: "Mijn vliezen zijn gebroken en ze kunnen niks meer voor me doen." Ze zegt: "We komen eraan". Een uur later zijn ze er. Rond 7 uur komt Iris half slapend naar beneden. Ze kijkt ons allen aan, gaat op de bank zitten en vraagt: "Mag ik tv kijken??" (in het weekend mag ze altijd tv kijken 's morgens). Ik weet niet meer wat ik allemaal zei. Ze vond het vreemd dat iedereen er was en wakker was. Voorzichtig hebben we uitgelegd wat er aan de hand was. Ik vertel haar dat al het vruchtwater is weggelopen en dat de baby nu al geboren gaat worden. "Maar mama, dan gaat de baby toch dood??" zegt ze. Daar moet ik ja op antwoorden?

Rond 9 uur komt de verloskundige weer. Ze belt opnieuw met het ziekenhuis en meldt dat we eraan komen. Verslagen pakken we een tas in, gaan naar de auto en we lopen het ziekenhuis in. In gedachten zie ik me er de volgende dag weer uitlopen. Zonder kindje en met nog meer verdriet. De gynaecoloog komt, hij maakt een echo. Op de echo zien we dat ons kindje nog springlevend is! Ze beweegt, haar maagje en blaasje zijn weer (nog steeds) gevuld, maar... Er is bijna geen vruchtwater meer. Ik heb weeën, ze doen geen pijn, ze voelen als harde buiken. De gynaecoloog deelt ons mee: "Tja, dan kunnen we ervanuit gaan dat 'de vrucht'(!!!) binnen 24 uur geboren zal worden. Hij gaat weg, en daar lig ik dan. Het doodsvonnis is geveld. Er komt een verpleegster en zij stelt ons allerlei vragen over wat we willen, begrafenis, crematie etcetc. We beantwoorden de vragen allemaal, maar het gaat allemaal automatisch. De weeën zakken en de volgende dag is alles weer rustig. We krijgen nog een echo en weer laat ons kindje zien dat ze nog helemaal niet geboren wil worden! Ik word gek van de onzekerheid en ik vraag aan de gynaecoloog hoeveel kans we hebben. Minder dan 1% kans hebben we dat deze zwangerschap goed afloopt. Precies wat ik al voelde toen mijn vliezen braken. Ik zeg tegen de gynaecoloog dat ze me dan maar meteen een infuus moeten geven, want als ons kindje toch geen kans heeft, dan wil ik er ook maar meteen van alle ellende af zijn. Ik moet vreselijk huilen, wil alleen maar dat het voorbij is! Ik wil naar huis. Ik wil dat alles weer was zoals een paar weken hiervoor. De gynaecoloog zegt ons dat ze geen gezonde zwangerschap gaan afbreken als er geen reden voor is. En voorlopig is er geen reden. Ons kindje leeft, is gezond en er is nog altijd 1% kans dat we 6 weken verder komen.

De dagen die volgen lijken één grote lange dag te zijn. We krijgen elke dag een echo, er wordt een bacterie gevonden die ik bij me draag en waarvoor ik behandeld word (de streptokok-bacterie), deze bacterie kan schadelijk zijn voor een ongeboren kindje. Op één van de dagen vraag ik de gynaecoloog tijdens een echo om ons te vertellen of we een meisje krijgen of een jongetje, zodat we het niet meer over 'het kindje' hoeven hebben, maar over ons zoontje of dochtertje en hem of haar een naam kunnen geven. Hij kan dit helaas niet zien, omdat er geen vruchtwater meer is. De dagen in het ziekenhuis leven we tussen hoop en vrees. Ik kan nu niet eens meer aangeven wat er op welke dag gebeurde. Elke dag lijkt een gevecht, terwijl alle dagen één grote lange nachtmerrie zijn. En ons kindje blijft elke dag vechten! O wat is ze sterk! We krijgen steeds een beetje meer hoop dat we misschien toch een aantal weken kunnen rekken en dat ze misschien toch tot behandeling over gaan. Ons kleine kindje blijft maar schopjes geven en blijft maar vechten! Wat is ze dapper! We gaan er al helemaal vanuit dat we de kerstdagen in het ziekenhuis door gaan brengen. Mijn zus brengt ons een minikerstboompje en we maken plannen om é´n van de kerstdagen een paar uur thuis door te brengen.

Zondag 22 december 2002

We worden wakker en we voelen ons deze dag behoorlijk positief. We krijgen ontbijt en samen eten we dit op (Japie is al die tijd samen met mij in het ziekenhuis verbleven en Iris wordt opgevangen door mijn ouders). Na het ontbijt ga ik voorzichtig naar het toilet (dit deed ik altijd erg voorzichtig want ik wilde niet dat ons kindje pijn zou hebben bij verkeerde bewegingen van mij, omdat er geen vruchtwater meer aanwezig was). Ik deed mijn plas en toen ik wilde droogvegen kreeg ik de schrik van mijn leven!!! De navelstreng!!! De navelstreng hing een klein beetje naar buiten! Paniek!!! O wat een domper op onze nieuw verwonnen moed en kracht. Ik had er niet eens wat van gemerkt. De gynaecoloog kwam vrijwel meteen. Hij voelde de navelstreng en voelde er geen hartslag meer in. Hij zei ons dat we er nu vanuit moesten gaan dat de baby was overleden en dat ze vandaag de bevalling zouden gaan opwekken. Ik geloofde hem niet! Ik voelde nog schopjes en bewegingen van ons kindje. Ik liet Japie een verpleegster halen en vertelde dat ik eerst nog een echo wilde voordat het infuus erin ging. Dat kon. De gynaecoloog kwam en we kregen nog een echo. Hij viel bijna van zijn kruk van verbazing!! Ons kleine wondertje leefde!!! Er was duidelijk een hartslag te zien! Er was géén ontsluiting te zien, wat erg vreemd was, want hoe kon de navelstreng dan uitzakken?

De gynaecoloog ging weg en meldde ons dat hij aan het eind van de middag terug zou komen om nogmaals een echo te doen. Inderdaad. Aan het eind van de middag kwam hij weer een deed weer een echo. Het hartje van ons kindje klopte nog steeds, wel had het af en toe een tijdje dat er maar een paar slagen per minuut waren. Een minuut daarna klopte het weer heftig. Het einde was in zicht. Ons kleine wondertje moest het gaan opgeven...

De gynaecoloog vertelde ons dat ze nu echt moesten gaan ingrijpen. Ik lag met die navelstreng zo aan de buitenkant erg gevaarlijk. Infecties zouden binnen een mum van tijd binnen zijn nu en zouden onherstelbare schade kunnen aanrichten. Een uur later (rond 17.00 uur) zat het infuus erin. Ik kreeg vrijwel meteen lichte weeën die goed op te vangen waren. Later die avond werden ze steeds heftiger, op een gegeven moment zooo ontzettend heftig dat ik ze niet meer kon opvangen. De gynaecoloog maakte rond 23.15 uur nog een echo. Nu stond het hartje van ons kindje stil. Ze was overleden, zeer waarschijnlijk omdat de heftige weeën de navelstreng die naar buiten hing afknelden. Ik kreeg een spuit morfine om de zeer pijnlijke weeën wat minder heftig te laten zijn. Vlak na die spuit vielen alle weeën weg. Wat ik nu echt vreselijk vind, is dat ik erg melig werd van die morfine. Maar op dat moment kon ik er niks aan doen.

Japie, mijn moeder en mijn beide zussen waren ook in het ziekenhuis die nacht. Mijn vader en de man van mijn ene zus waren in ons huis samen met Iris. Een uur na die spuit morfine kreeg ik een drukkend gevoel. Ik wist dat als ik mee zou drukken ons kleine wondertje geboren zou worden. Ik durfde niet. Ik was moe, was high van de morfine en de verpleging van die avond en nacht vond ik niet aardig en/of kundig. Ik durfde me niet over te geven. De volgende ochtend, toen we het eigenlijk wilden opgeven, kwam die vreselijk lieve verpleegster van de vorige dag. Ik moest naar het toilet, maar ik durfde niet. Ze stelde voor om een stoelpo te halen, zodat ik daarop kon en ik eventueel wat zou kunnen persen. Even later kwam ze met een stoelpo en ik perste wat.. Na ongeveer 5 minuten voelde ik ons wondertje naar beneden glijden. Snel ging ik op het bed liggen en na een paar keer persen was ze daar. Ik hield mijn ogen stijf dicht. Ik wilde het niet zien. Ons wondertje was geboren. Veel en veel te vroeg. De verpleegster hield haar naast me, zodat ik kon kijken. Ik keek. De pijn sneed door mijn ziel, daar lag een prachtig piepklein meisje. Helemaal compleet, helemaal gaaf. Maar ook helemaal dood...

We gaven haar de naam Luna, de naam die we vantevoren al voor haar bedacht hadden als ons wondertje een meisje zou blijken te zijn. Japie knipte de navelstreng door, die al minimaal 24 uur eerder geboren was. We hebben foto's gemaakt, we hebben samen met de verpleegsters hand- en voetafdrukjes gemaakt. Nu is het alles wat we hebben. De foto's, de afdrukjes en ons vreselijk intense verdriet...!

Onze lieve Luna

Mijn moeder was erbij toen Luna geboren werd. Later is mijn vader komen kijken, samen met Iris en mijn beide zussen. Iris was erg trots dat ze een zusje had. Ze liep dan ook huppelend het ziekenhuis uit met mijn vader, waar ze mijn zus tegenkwamen en toen zei ze: "Ik heb een zusje, maar ze is dood." Dat is de harde werkelijkheid, je krijgt een kindje, maar ze is dood. Je moet ze meteen weer afgeven zonder dat je ooit in haar oogjes hebt gekeken en zonder dat je ooit haar lach hebt gezien of haar huiltje hebt gehoord.

De gynaecoloog heeft Luna helemaal bekeken en alles was helemaal in orde. Die dag in het ziekenhuis, met ons dode kleine meisje leek de allergrootste nachtmerrie ooit. Alles was helemaal in orde met haar, waarom moest ze dan toch dood??? We hebben geprobeerd om nog een beetje van haar te genieten...

Luna met papa, even samen

Ik heb haar aan alle kanten bekeken, haar voetjes, haar handjes (alle handlijntjes heb ik gelezen), haar hoofdje, haar lichaampje. Voorzichtig heb ik haar mondje opengemaakt en ik zag dat kleine tongetje en het tandvlees waar haar tandjes ooit in zouden moeten komen te staan. Ze leek op ons, ze leek op haar grote zus (en mijzelf) met datzelfde mondje en neusje. Ze had de oortjes van haar papa en de gekke lange teen van mij (en Iris). Ze had de lange benen van haar papa Japie en ook de blonde haartjes had ze van hem. Rond 17.00 uur gingen we naar huis. We hadden op het laatst besloten om haar in het ziekenhuis achter te laten. Zij zouden de crematie verzorgen waar we zelf ook bij zouden mogen zijn. Ze zouden ons hierover informeren. Op weg naar de uitgang van het ziekenhuis heb ik vreselijk gehuild! Wat doe ik? Wat laat ik achter?? Het beeld van dat kleine meisje op een bedje van ijs, midden op dat grote ziekenhuisbed, zal ik nooit kunnen vergeten...! Hoe verder we weg gingen van het ziekenhuis, toen we op weg naar huis waren, hoe harder ik moest huilen. We zijn huilend wat gaan eten, we zijn huilend naar bed gegaan en we zijn huilend weer opgestaan. De volgende dag zijn we naar het gemeentehuis gegaan en hebben we Luna aangegeven. We kregen een 'akte van levenloos geboren kind'. Een vreselijk woord, maar wel de waarheid. Ons kindje was geboren, maar was dood. We hebben haar de namen gegeven die we al voor haar geboorte hadden verzonnen: Luna Nelleke Krull.

Luna Nelleke Krull

De dagen erna leken ook één grote nachtmerrie. We logeerden bij mijn ouders, maar die dagen zijn als in een roes voorbij gegaan. Ik had een kindje, maar ze was er niet. Ik had melk voor haar, maar ze dronk het niet. Mijn hele lichaam wilde voor haar zorgen met elke vezel in mijn lijf, maar geen enkel vezeltje kon haar nog langer voelen. Mijn ziel was leeg van binnen en zal altijd een lege doffe plek hebben. Ik miste haar en zag elke dag dat beeld voor me in het ziekenhuis. Dat kleine dode blote lichaampje op een bedje van ijs, midden op dat grote ziekenhuisbed. Ik krijg dat beeld nooit meer uit mijn gedachten. De volgende dag had ik ook meteen spijt dat we haar niet mee naar huis hadden genomen. Hoe heb ik haar zo achter kunnen laten in het ziekenhuis??? Welke moeder laat haar kindje zo moederziel alleen??? Maar mijn angst was groter, mijn angst voor nog meer pijn en nog meer verdriet. Ik was bang om het niet aan te kunnen. Dus ik zweeg. Had ik maar geroepen, had ik maar geschreeuwd dat ik mijn kindje, mijn mooie lieve meisje een waardig afscheid gunde! Had ik maar een waardig afscheid geëist!

Dagen gingen voorbij en ik wilde een kaartje maken. Ik had een kindje gekregen en ik wilde ook een geboortekaartje. Via internet vonden we een mooi kaartje en die hebben we besteld. Ik heb een klein gedichtje geschreven, dat we op het kaartje hebben laten afdrukken.

Geboortekaartje voor Luna

Ik mis je

ik mis je
ik mis je zo
geen huil
geen lach
Leegte
elke dag
ik mis je
ik mis je
ik mis je zo!
elke dag...

We hoorden nooit wat van het ziekenhuis. De vreselijkste scenario's drongen zich op. Misschien was ze wel bij het medisch afval beland? Of was ze kwijt? Uiteindelijk durfde ik in mei 2003 pas naar de gynaecoloog te gaan om te vragen wat er was gebeurd. Niet lang daarna kregen we een brief waarin stond dat Luna nog steeds in het pathologisch centrum (ziekenhuis) verbleef. We hebben deze 'kans' met beide handen aangegrepen en we hebben haar alsnog een begrafenis gegeven. Op 12 juni is onze Luna eindelijk begraven. Nu heeft ze eindelijk het afscheid gekregen dat ze verdient, als kindje van ons...

Onze droom is van ons afgenomen, ons kindje is er niet meer. Ons kleine wondertje heeft vreselijk gevochten. Ik zal nooit vergeten hoe het is om een vreselijk gewenste zwangerschap te hebben. Dat heeft Luna me gegeven. Ik zal ook nooit nooit meer kunnen vergeten hoe het voelt wanneer je kindje je wordt afgenomen. De vragen die in je hoofd blijven spoken. Waarom? Waarom zij? Waarom wij? Waarom? Waarom? WAAROM? Het antwoord is er niet? Het antwoord krijgen we niet en zullen we ook nooit krijgen. Er is een gat in mijn hart geslagen, een gat dat op geen enkele manier op te vullen is. Het verdriet is er nog elke dag, hoewel het nu 'al' 8 maanden geleden is. De scherpe kantjes zijn nu zo'n beetje van het verdriet afgesleten, maar dat neemt de diepere pijn niet weg. In de plaats van de scherpe kantjes komt nu juist het gemis. En het gemis blijft...

Ons kindje is nu in een vreselijk stilzwijgen gehuld. Er zijn maar een paar mensen die over haar (durven) spreken, (nog) maar een paar mensen die haar naam durven noemen. Luna is dood. En de dood zwijgt. Maar in mijn hart leeft Luna! In mijn hart lacht ze, huilt ze en leert ze uiteindelijk lopen. In mijn hart roept ze om haar mama en in mijn hart troost ik haar. Maar in het echt fiets ik naar haar grafje en dan huilt mijn hart. In het echt geef ik haar bloemetjes op het grafje water, in plaats van haar een flesje melk. De pijn is er elke dag en zal ook elke dag blijven. Elke dag als ik ga slapen. Elke dag als ik weer wakker word.