KievitsbloemKievitsbloemKievitsbloem

Sander Marée

* 13 februari 1995 †

Anja en Frans Marée

Voor onze Sander

Wij zijn Frans, Anja en Cynthia Marée. Trotse ouders en zusje van Sander.
In juni 1994 bleek ik zwanger te zijn. Ruim 2 jaar hadden we op deze zwangerschap gewacht en waren heel blij dat we zwanger waren. Vanaf het eerste begin heb ik altijd geweten dat we een zoon zouden krijgen. De zwangerschap verliep prima, behalve van wat moe en misselijk zijn in het begin had ik nergens last van. De uitgerekende datum van onze Sander was 16 februari 1995, precies 4 dagen na de verjaardag van zijn papa en ome Ron.

Als ik 16 weken zwanger ben, gaan we op vakantie naar Amerika. De laatste vakantie met zijn tweeën, want de volgende keer zouden we immers met zijn drietjes zijn als we op vakantie gingen. In de vakantie voel ik Sander voor het eerst luid en duidelijk schoppen. Wauw geweldig! En vanaf dat moment voel ik Sander vaak en duidelijk. De maanden vliegen voorbij en ik geniet er enorm van.

Frans en Ron zijn 12 februari jarig maar omdat er nog niets aan de hand is, besluiten we zijn verjaardag gewoon te vieren. Aan het eind van de avond gaat iedereen met een vrolijk ‘tot de baby’ naar huis. Ik heb wel wat last van mijn rug, ga naar bed en denk dat de pijn in mijn rug wel minder zal worden. Dat gebeurt niet en 's morgens bellen we de verloskundige. Ze komt gelijk naar ons toe. En wat blijkt: ik heb al 5 centimeter ontsluiting! Omdat ik op eigen verzoek in het ziekenhuis zal bevallen mogen we gelijk weg en belt de verloskundige het ziekenhuis dat we er aan komen. Ze zegt dat ze tegen een uur of 11 weer bij ons zal komen in de hoop dat ze dan gelijk mag blijven.

We vertrekken naar het ziekenhuis, nog even en dan zullen we weten hoe onze zoon er uit ziet. Spannend! Want dat we inderdaad een zoon zouden krijgen wisten we al. Dat hadden we een week eerder op de echo gezien. Maar als we in het ziekenhuis aankomen, blijk ik al persweeën te hebben en volledige ontsluiting. De verloskundige wordt gebeld dat ze gelijk mag komen. In de verloskamer is een opgewekte stemming, "dit wordt er één die zich aan de kantoortijden houdt" zeggen ze nog tegen ons. En ik vind het allemaal een fluitje van een cent. Na elke perswee wordt het hartje van Sander gecontroleerd. Dan ineens zegt de verloskundige "we gaan hem een handje helpen".

Ze belt om de gynaecoloog die gelijk komt. Alles gaat dan ineens heel erg snel. Ik wordt ingeknipt en Sander wordt met de vacuümpomp geboren. De verpleegkundige vliegt gelijk met Sander weg. Ik zie nog wel dat hij niet beweegt en huilt maar heb niet door dat het heel erg mis is. In de verloskamer is een verslagen stemming. Niemand zegt iets en de verloskundige houdt mijn hand maar vast. Uiteindelijk vraag ik heel voorzichtig "alles is toch wel goed?" En hou ondertussen de deur in de gaten en verwacht dat de verpleegkundige terug met een huilende Sander. Maar dan krijgen we het vreselijke nieuws: onze Sander is zomaar tussen 2 persweeën in overleden. Onze wereld stort in.

De verloskundige vraagt of we Sander willen zien en dat willen we heel erg graag. Dan krijgen we onze zoon voor het eerst in onze armen. Een mooi mannetje met alles er op en er aan, maar zijn oogjes blijven dicht.

Sander bij mama en papa

In het ziekenhuis zijn we goed opgevangen, iedereen was heel lief voor ons. En Frans mocht in het ziekenhuis blijven slapen. We hebben Sander bij ons op de kamer, we krijgen geen genoeg van ons mooie mannetje. Zoals hij daar ligt in zijn bedje, is het net of hij ligt te slapen.

's Avonds komt er een mevrouw van de Dela om de begrafenis voor Sander te regelen. En moeten we ineens beslissen welke kleur kistje we willen, wat we op het rouwkaartje willen, welke muziek. Het is heel moeilijk. De volgende dag gaan we naar huis. Met lege handen en wat doet dat zeer. Mijn ouders zijn er om ons op te vangen en later komt de kraamhulp. Dat had het ziekenhuis voor ons geregeld. Een lieve vrouw die goed voor ons zorgt.

Sander wordt naar het uitvaartcentrum gebracht. De volgende dag gaan we daar maar hem toe. Ik zal nooit vergeten de eerste keer dat we onze Sander in zijn kistje zagen liggen. Wat deed dat een pijn en zo hoort het ook niet. Een ouder hoort geen afscheid van hun kind te nemen, dat hoort andersom te zijn. Iedere dag gaan we naar ons mannetje toe. Bij het uitvaartcentrum zijn ze ook heel lief voor ons; we mogen zo vaak en zo lang als we willen komen om bij Sander te zijn.

Sander in het ziekenhuisbedje

Vrijdag is de dag van de begrafenis. De eigenaar van het uitvaartcentrum komt ons een uur voor dat de andere gasten komen thuis op halen. Zodat we nog 1 keer met ons drietjes kunnen zijn. Ons mannetje kussen en knuffelen. Als de gasten komen, vraag ik aan iedereen of ze ons mannetje niet mooi vinden. Want trots dat zijn we natuurlijk wel op hem. Dan komt het moeilijke moment dat we het kistje dicht moeten doen. We wilden dat graag zelf doen, maar wat was dat moeilijk. De wetenschap dat je je zoontje dan niet meer zal zien. We nemen Sander bij ons op schoot in de volgwagen, want zo'n grote auto voor hem alleen dat wilden we niet. En je wilt je kind zo lang mogelijk bij je houden. In de aula van de begraafplaats draaien we "Memories", "Kon ik nog maar even bij je zijn" en "My way" voor Sander. Ook leest de mevrouw van de Dela een brief voor die wij aan Sander geschreven hebben. Zelf dragen we Sander naar zijn grafje in het kinderhoekje van de begraafplaats.

Als ze zijn kistje laten zakken gebeurt er iets vreselijks. Het gaat niet helemaal goed, het kistje staat op 2 ongelijke touwen en ik denk nog "als dat maar goed gaat". En gebeurt het: als het kistje bijna er is, glijdt het van het voorste touw en valt het laatste stukje naar beneden. Mijn hart staat stil! Ze laten ons kind vallen. We horen de rammelaar die Sander van zijn opa en oma heeft gekregen. Het kistje staat scheef en ik kijk naar die mannen die zijn kistje lieten zakken van "doe wat" maar er gebeurt niets. Even sta ik nog op het punt om zelf in het graf te springen en het recht te zetten. Maar Frans heeft me stevig vast. Later bleek dat mijn vader dezelfde gedachten heeft gehad.

Mijn 3 broers en 2 schoonzussen hebben ieder een rode roos voor Sander die ze om de beurt op het kistje gooien. Wij hadden een mandje met strooibloemetjes en die strooi ik bijna helemaal leeg terwijl het de bedoeling was dat de anderen ook bloemetjes zouden strooien.

En dan is het tijd om weg te gaan. Maar ik wil niet, blijf liever bij mijn kind. De mevrouw van de Dela vraagt 3 keer aan me of ik mee ga. Iedereen gaat nog even met ons mee naar huis. Daar wacht Jet onze kraamhulp op ons met koffie/thee en cake.

De oorzaak van het overlijden van Sander is nooit duidelijk geworden. Uit de obductie is niets gekomen. Wel denken ze dat heel misschien de navelstreng klem is gaan zitten tijdens de uitdrijving tussen mijn bekken en het achterhoofdje van Sander in. Dit denken ze omdat de navelstreng achter zijn hoofdje zat toen hij geboren werd. Helemaal zeker weten doen we het niet, maar we houden ons daar maar aan vast.

Vrij snel na de geboorte van Sander wisten we ook dat we graag een 2e kindje wilden. Niet om Sander te vervangen, want dat is iets wat niet kan en ook nooit de bedoeling kan zijn. Maar wel om weer blij te zijn met het leven, iets te hebben om naar uit te kijken. Je bent ouders maar je hebt geen kind om voor te zorgen. Bijna 4 jaar na de geboorte van Sander is onze dochter Cynthia geboren. Ook op haar hebben we 3 jaar moeten wachten. Cynthia is geboren met een geplande keizersnede want een gewone bevalling durfden wij niet meer aan. We zijn trots op onze beide kinderen. Waar we even op hebben moeten wachten, maar ze zijn beide het wachten waard geweest.

Voor de buitenwereld hebben we vaak 1 kind, maar dat is niet zo, we hebben 2 kinderen. Maar helaas mogen we er maar voor 1 zorgen.

Cynthia bij Sander