Op woensdag 31 december 2003 hebben we Rosa voor langere tijd met Vera laten kennis maken. Dit hebben ook met hulp van de haptonome geregeld omdat we Rosa zo beter konden uitdagen om met Vera te spelen. Ze was een echte grote zus, was nieuwsgierig en keek vol bewondering naar haar zieke zusje. Rosa zong slaap kindje slaap voor Vera en samen zochten ze elkaars voetjes op. Dit was de enige keer dat we als gezin echt compleet waren. Het voelde zo vreselijk goed. Hiermee hopen wij dat Rosa zich zal herinneren dat ze een zusje heeft.
Na het knuffelen met Rosa volgde er weer een gesprek met de artsen. De behandeling zou worden beëindigd. We lieten alle overbodige apparatuur van Vera's lijfje afhalen. De naaldjes uit haar hoofd, de plakkers op haar borst. We spraken af om die middag nog de naaste familie te laten komen. We wilden nog 1 nachtje bij Vera blijven slapen en op 1 januari 2004 zou de behandeling gestopt worden. De familie kwam op oudejaarsavond. Eén voor één konden ze een uurtje bij Vera zijn en haar kracht en liefde meegeven voor de moeilijke taak die haar de volgende dag te wachten stond. Alle opa's en oma's waren er, evenals de ooms en tante. Uitgebreid konden we afscheid nemen en weer stond het personeel van de Nicu ons geweldig bij.
De nacht was veel te kort en de klok tikte onze laatste uren samen weg. 's Morgens hebben we Vera nog gewassen, geknuffeld, verzorgd. Veel gepraat over wat komen ging. Hoe leer je je kindje om te sterven? We hebben haar onafgebroken vastgehouden. We hielden genoeg van haar om los te kunnen laten. Leven was voor haar niet mogelijk. Ze had het zo fijn gehad in mama's buik en nu moest het zo eindigen. Kom maar in ons hart, hebben we tegen haar gezegd en dat heeft ze gedaan. Ze is in mama's armen gestorven en in haar hart gekropen.
We hebben Vera mee naar huis genomen in een draagdoek. Papa mocht haar dragen en liep trots en verdrietig door het ziekenhuis, naar de auto. Ze lag zo mooi in die doek. Thuisgekomen hebben we haar nog vastgehouden en daarna in het kussen in de box gelegd. Het was goed zo.
In het ziekenhuis hadden we alleen maar plaats voor naaste familie, maar eenmaal thuis gooiden we onze deuren open. We vroegen iedereen om naar ons mooie meisje te komen kijken en daar werd groot gehoor aan gegeven. We deelden petitfourtjes in de vorm van beschuit met muisjes uit en vertelden eindeloos ons verhaal, keer op keer. Vreugde en verdriet gaan zo intens samen.
|