Naar aanleiding van onze discussie over de geloofsopvoeding van kleinkinderen, ontvingen wij de volgende reactie van een lezeres uit Badhoevedorp. Zij vond een praktische oplossing: "Hierbij wil ik reageren op ‘de kleinkinderen’ in Samen Kerk. Wij hebben vier kleinkinderen. Ze zijn nog redelijk jong: 4, 6, 6 en 8 jaar. Er zijn er drie gedoopt, dat valt nog mee, maar ik heb het meisje dat niet is gedoopt - haar moeder zag daar niets in - toen ze klein was gewoon met kraanwater gedoopt. Voor mijn gemoedsrust dus een nooddoop. Ook mijn vriendin heeft haar drie kleinkinderen zo gedoopt. Zij had nog een flesje Lourdeswater staan: wat een vondst! De kleintjes en de ouders weten daar dus niets van, maar voor ons voelt het goed. Ze horen erbij." Wat vindt u daarvan? Mag je als grootouder het heft in eigen handen nemen of blijft dit toch de verantwoordelijkheid van de ouders?
Dat grootouders het jammer vinden dat hun kleinkinderen niet gedoopt worden is te bewonderen. Wat je zelf waardevol vindt gun je ook je kinderen en kleinkinderen. Als je zelf zo’n steun in het geloof hebt gevonden en nog hebt, hoop je natuurlijk dat je naasten daar ook een steun in vinden. Als God veel voor je betekent, wil je dat Hij ook veel betekent voor wie je verantwoordelijk bent.
Als u mij toestaat: een voetbalsupporter vindt het prachtig als zijn kinderen ook langs de lijn staan te jubelen. En een tuinder is blij als een van zijn kinderen hem opvolgt in de tuinderij. Hoeveel te meer geldt dit voor de waarden en normen, voor de levenshouding. Wanneer je kinderen of kleinkinderen je daarin niet volgen mag je best bedroefd zijn.
Tegenwoordig heerst de tendens: je kinderen moet je vrijlaten, ze moeten zelf hun weg vinden, ze moeten naar de kerk gaan als ze er zelf zin in hebben, enzovoort. Dat is waar, maar daarom mag je het wel triest vinden als je kinderen niet meer bidden, zoals je ook bedroefd mag, moet, zijn als je kinderen egoïstisch worden of alleen maar in hun werk op de centen uit zijn. Het ‘iedereen moet zelf maar doen waar hij of zij zin in heeft’ is een dogma van het individualisme. Ook een ouder mag het een tegenvaller vinden dat geen van zijn kinderen hem opvolgt in zijn bedrijf waarin hij altijd gewerkt heeft, nota bene vooral voor diezelfde kinderen en dan nog wel met liefde.
Als pastor verdriet het mij ook dat mensen in de parochie geen steun vinden in het gebed, in de kerkgang, in God. En, zoals in elke familie, heb ik ook familieleden die zeggen niet meer te bidden en te geloven. Daarom zijn zij er niet minder om en zijn en blijven zij mijn geliefde familieleden, maar ik vind het wel jammer. Trouwens zij zijn en blijven ook Gods geliefde kinderen.
Maar om kinderen daarom in het geheim te dopen, neen, dat zou ik niet doen. Dan wordt het Doopsel namelijk te veel een magisch gebeuren waardoor het kind automatisch de genade van het Doopsel zou moeten krijgen. En daarbij blijft het dan. Een Doopsel vraagt om een vervolg, namelijk een christelijk leven. Anders heeft het Doopsel geen zin. Maar al te veel wordt er nog gedacht: ‘Als het kind maar gedoopt is.’ Ik heb ook altijd moeite met ouders die hun kind alleen maar laten dopen omdat ‘het er nu eenmaal bij hoort.’ Ouders moeten zich dan ook nooit afvragen: ‘Zullen wij ons kind laten dopen?’ Ze kunnen zich beter de vraag stellen: ‘Zullen wij ons kind christelijk opvoeden?’ En alleen wie daar ja op zegt, kan zijn of haar kind laten dopen.
‘In tijd van nood mag en moet eenieder dopen’, stond er in de oude catechismus. Wie ongedoopt was mocht dan ook niet op gewijde aarde begraven worden. Dat is gelukkig veranderd: iedereen, ook een ongedoopte, kan in de hemel komen, want ‘God wil dat alle mensen gered worden’, zoals Paulus zei (1 Tim. 2,4). (Zie ook de Katechismus van de Katholieke Kerk, 1261).
Het Doopsel is geen inenting die ons automatisch vrijwaart van het kwaad of ons eeuwig leven geeft. Er is een betere manier om kleinkinderen ‘iets’ mee te geven. Dat is op de eerste plaats: zelf leven vanuit het geloof, zelf bidden, zelf goed zijn voor gelovigen én ongelovigen, enzovoort. Natuurlijk is het alleen maar toe te juichen als u ook bijbelverhalen vertelt, de kleinkinderen meeneemt naar de kerk, ze leert bidden. Maar doe het alsjeblieft niet opdringerig. Dan haalt het niets uit. Nog sterker: dan werkt het averechts. En dan zal dat de ouders alleen maar afstoten.
Doe het vanuit uw Godsvertrouwen dat uw kinderen en kleinkinderen geborgen zijn in Gods hand.
D. Braakman
Dit artikel is gelezen in: Samen Kerk, december 2002
| Vorige | Index
| Volgende |