Als je mailt op een groep bij LE, dan heb je het gevoel dat je je verhaal vertelt aan je vrienden. Alle leden van je eigen groep ken je, voor je gevoel zelfs heel erg goed. Al hebben we elkaar nog nooit in levende lijve gezien, sommige van de leden van LE18, mijn mailgroep, staan mij nader dan veel van mijn 'echte' vrienden. Ik denk dat dit een belangrijke reden is dat ik het zo heerlijk vind om op LE te mailen.
Het schrijven van een persoonlijk stukje tekst voor de nieuwsbrief is toch nog wel even iets anders. Alsof ik mijn ziel bloot leg voor de hele wereld. Het voelt eerlijk gezegd heel erg kwetsbaar. Want ik ken jullie niet, en zometeen kennen jullie mij wel een beetje... Een raar gevoel.
Gisteren was het precies een half jaar geleden dat mijn zoon geboren werd. Pip* is ons eerste kindje. Een wonderschone jongen, groot en sterk en mooi. En dood.
Als ik terugdenk aan de dag dat hij geboren werd, kan ik me alles nog voor de geest halen.
Hoe mooi hij was, hoe lief zijn gezichtje eruit zag.
Hoe fijn hij aanvoelde tegen mijn borst net nadat hij geboren was.
Maar hoe ontzettend dood hij was, dat krijg ik niet goed op mijn netvlies.
Hij zag er ook niet overleden uit. Hij was het wel, maar niemand wist waarom. En zeker niet meer nadat hij geboren was.
Als ik terugdenk aan het moment dat hij geboren is, word ik gelukkig en warm van binnen. Zo mooi, zo lief, mijn zoon.

Pip*
Maar hoe gemakkelijk het ook is om te vergeten dat hij niet meer leefde op die tweede mei,
het is onmogelijk om te vergeten dat hij nu, een half jaar later, nog steeds niet leeft.
En daarmee heeft de medaille duidelijk twee kanten.
Iedere dag zijn er momenten van intens geluk en dankbaarheid. Dankbaar dat hij er geweest is.
Gelukkig met alle vreugde die hij me heeft gebracht.
En met de vreugde komt ook het verdriet, omdat het geluk niet voort mocht duren. Verlatenheid omdat hij niet meer hier is.
Het blijft raar, om tegelijkertijd zoveel vreugde en verdriet in je te voelen.
Mijn kind, ik mis je
Dit te kunnen schrijven is een zegen
Te kunnen zeggen: ik heb een kind
Want dat moet, om het te missen
Vandaag heb ik een zware dag. Het gemis overheerst een beetje. Mijn huis voelt leeg, mijn hart voelt te zwaar. Ik dwaal rond in mijn leven als een verdwaalde ziel. Het lijkt wel of er niets meer klopt. Of iemand afgelopen nacht mijn huis is doorgegaan en alle meubels net even anders neer gezet heeft. Het huis ziet er uit als mijn huis, maar voelt verkeerd. Constant loop ik tegen die stomme meubels aan. Wie heeft de bank daar neergezet?
In de kelder staan de box, het kinderbedje. Meubels die uit mijn leven gehaald zijn door lieve buren en vrienden.
Weggestopt om mij niet meer steeds te herinneren aan mijn verlies.
Maar de plaats waar ze gestaan hebben blijft er vreemd en onwerkelijk uitzien.
Als getrokken kiezen blijven ze onzichtbaar aanwezig.
De plant die ik gekocht heb om op de lege plek van de box te staan, ziet eruit of hij het liefst ergens anders zou willen zijn.
De stoel die in Pip*'s kamer staat op de plek van het kinderbedje, ziet eruit of niemand er ooit in zal kunnen gaan zitten.
Een breekbare spookstoel die er niet echt is maar alleen als opvulling dient.
Een plaatje van een stoel, geplakt over het gat van het verdriet.
En in mijn huis heerst rust. De hond zucht een keer diep, het konijn knaagt aan een takje stro. De geluiden zijn klein en rustgevend. Niets herinnert aan de chaos die had moeten heersen. Aan het kindergehuil en gelach dat de stilte had moeten wegjagen. Aan het speelgoed dat door het huis had moeten zwerven, op zoek naar een iemand om het op te rapen of er over te struikelen. We hoeven niet iedere dag te wassen, te poetsen, te zorgen. Het leven loopt vanzelf door, het is in niets van ons afhankelijk.
Leeg in plaats van vol
Rust in plaats van chaos
Mijn leven is volledig om zijn as gedraaid
Vreemd hoe in deze
serene kalmte
die mij omringt
een wervelwind woedt
Stil onweer dondert in mijn hart
Stille regen stroomt over mijn wangen
Ongezien heerst de paniek
En in de uiterlijke kalmte
fluit een vogel een mooi lied
Er is -een half jaar later- geen verdriet meer waar je aan kapot gaat.
Het is niet meer noodzakelijk om je longen uit je lijf te schreeuwen.
Ik hoef niet meer te huilen tot mijn hart breekt.
Ik kan weer staan, lopen, ik kijk weer om me heen.
De wereld ziet me en denkt: "Goed zo, ze komt er wel". En eerlijk gezegd denk ik dat zelf ook.
Het leven begint weer vaste vorm aan te nemen. Buiten mijn huis staan weer bomen, rijden weer auto's, lopen weer mensen.
En ik loop en rij weer langzaam met ze mee.
Het verdriet blijft, maar naast het verdriet komt meer ruimte.
Meer lucht om te ademen, meer plek voor de rest van de wereld.
Maar met iedere stap die je zet komt ook het grote weten. Iedere dag weet je een beetje meer dat de wereld veranderd is. Dat het niet alleen jouw tranen waren waardoor de wereld er verwrongen en vreemd uit zag. Alle bomen staan een beetje anders in de aarde, alle wegen lopen net iets uit de pas. Niets, maar dan ook niets zal ooit meer zijn zoals het was.
De vraag is of dat erg is. Want hoe naar het ook kan zijn dat niets meer is wat het was,
en hoe moeilijk het ook soms is om in deze nieuwe wereld mijn weg weer te vinden, het is eigenlijk precies zoals ik het wil.
Een wereld die moet draaien zonder mijn zoon, die hoort gewoon een beetje van slag te zijn.
Dat is soms pijnlijk en bijna altijd verwarrend, maar ook goed.
Pip* is hierdoor in iedere boom aanwezig, en voelbaar in elk zuchtje wind.
Mijn mooi, lief, fantastisch kind.
Lieve jongen
die regenbogen maakt
en vlinders verstuurt,
speciaal voor ons
Wat doe ik voor jou?
Ik kan niet anders dan dit:
Vanaf nu, lieve jongen
vliegen de vogels
straalt de zon
en waait de wind
In mijn hart,
alleen voor jou
Marian De Kleermaeker
mama van Pip*
Noot bij het stuk: het laatste gedicht is een herschreven versie van een gedicht dat ik oorspronkelijk niet voor Pip* heb geschreven, maar voor Tim*, een engeltje van mijn lijst. Dat ik het hier in de onpersoonlijke vorm gebruik, betekent niet dat dit gedicht niet altijd 'zijn' gedicht blijft!
| Vorige | Index
|
Reageren? | Volgende |