Titel: En huilen doe je maar in de pauze
Ondertitel: worstelen met de taal van rouw
Auteur: Ide Wolzak
Uitgever: Uitgeverij Ten Have, Kampen, 2005
Bladzijden: 235
ISBN: 90-259-5496-0
![]()
De auteur is de vader van de bijna 10-jarige Wouter die overlijdt ten gevolge van een hersenbloeding.
In het boek staan verhalen die de auteur de afgelopen 10 jaar geschreven heeft om vorm te geven aan zijn omgaan met het
verlies van zijn zoon. Een aantal verhalen is eerder gepubliceerd in de rondzendbrief van de Vereniging Ouders Overleden Kind
(VOOK), waar hij ook bestuurslid van is.
Voor mij is de rode draad door het boek het thema 'hoe vinden anderen dat rouwenden met hun rouw zouden moeten omgaan'.
In veel artikelen geeft de auteur aan hoe anderen van alles vinden en zeggen hoe het moet, maar hoe ze zelden het
onmetelijke verdriet van de ouders onvoorwaardelijk erkennen. Bij die 'hoe het zou moeten houding' worden vaak dooddoeners
gebruikt zoals 'de tijd heelt alle wonden', 'het leven gaat door' en 'de dood hoort bij het leven'. Met andere woorden: 'leg
je er nou maar bij neer en ga verder'. De auteur ageert hier sterk tegen. Hij geeft verschillende keren aan dat de dood van zijn kind zinloos en onaanvaardbaar is.
Hij ziet daarin geen betekenis en het brengt alleen verdriet met zich mee dat hij zijn hele leven zal ervaren. Met recht komt
de ondertitel 'worstelen met de taal van rouw' steeds weer terug.
Het boek leest prettig door de korte hoofdstukken, allen met hun eigen thema. Bepaalde thema's komen terug maar brengen weinig nieuwe gezichtspunten naar voren, ondanks dat ze soms jaren later geschreven zijn, wat af te leiden is uit de actualiteit die beschreven wordt.
Ik heb het boek met dubbele gevoelens gelezen: gevoelens van (h)erkenning, maar ook gevoelens van irritatie. Er is veel
herkenning van onderwerpen, zoals het onmetelijke verdriet dat je als ouder ervaart bij het verlies van je kind, de energie
die rouwen kost en de opmerkingen die omstanders maken. Ondanks dat deze opmerkingen vaak goedbedoeld zijn, kunnen ze zo
ontzettend verkeerd vallen bij degenen die rouwen.
Maar het riep ook gevoelens van irritatie op. De kijk van de auteur op acceptatie van het verlies van je kind, op zingeving
en op de goedbedoelde opmerkingen van anderen, is voor mij te zwart-wit. Ík haal wél troost uit de zingeving die ik aan het overlijden van mijn kind geef. Ook ik zou de tijd terug
willen draaien, maar dat kan niet. Ik heb dan ook, voor mezelf, een vorm van acceptatie gevonden.
Het overlijden van mijn kind heeft me, naast het verdriet en de (machteloze) woede, ook 'mooie' dingen opgeleverd. Mooie
momenten met mensen, evenals het ervaren van zoveel intense emoties. Dit vind ik echter bijna niet terug in het boek en dat
is jammer.
Het boek is zowel interessant om te lezen voor rouwenden, omdat ze (h)erkenning zullen vinden, maar het sluit misschien niet
altijd helemaal aan bij ieders belevingswereld. Het boek is zeker interessant voor degenen die om rouwenden heen staan.
Mogelijk begrijpen ze door het lezen van het boek iets meer wat (goedbedoelde) opmerkingen bij rouwenden teweeg kunnen
brengen.
Wat mij betreft had er meer naar voren mogen komen over hoe omstanders dan wel zouden kunnen reageren. Tussen de regels door
is dat wel te lezen, maar het is niet echt expliciet. Maar misschien hoort dat ook niet thuis in een boek dat vooral vanuit
de eigen ervaring van de auteur is geschreven.
Adri Westmaas, mama van Sander en David*
| Vorige | Index
|
Reageren? | Volgende |