KievitsbloemKievitsbloemKievitsbloem

Borre Tijs

* 25 juli 2000 - 27 juli 2000 †

Gonneke Pilgram en Guus Bleijerveld

Zwangerschap, geboorte en afscheid van Borre Tijs

In november 1999 ontdekte ik dat ik sinds 13 oktober zwanger was. De uitgerekende datum was 20 juli 2000. Mijn zwangerschap verliep voorspoedig totdat de verloskundige in week 32 twijfelde over de ligging van ons kindje. Helaas vertelde deze verloskundige niet dat ze twijfelde, want zelf vroeg ik me af of ik bovenin geen billetjes voelde maar een bolletje. Maar zij zou het wel beter weten, dacht ik. Twee weken later meende een andere verloskundige dat ons kindje in een stuit lag. Ik werd doorverwezen naar het ziekenhuis voor een echo en kon gelukkig binnen een week terecht. De stuitligging werd bevestigd, helaas, maar we zagen wel voor het eerst ons kindje, een jongetje! We zouden hem Borre Tijs noemen.

Ik kwam onder behandeling van gynaecologen. Een week voor de eerste afspraak voelde ik dat Tijs begon in te dalen, ik was in de 37e week van de zwangerschap, en daarom belde ik naar het ziekenhuis of ik niet eerder kon komen. Ik maakte me namelijk zorgen, dat een eventuele draaipoging anders niet meer mogelijk zou zijn. De gynaecoloog wilde de gemaakte afspraak gewoon laten staan en dus kwam ik op controle met ruim 37 weken. Alles zag er goed uit, en er werden 2 draaipogingen gedaan, die echter niet lukten omdat het stuitje al te diep in mijn bekken zat. We waren erg teleurgesteld en ik was bang dat het mijn schuld was, omdat ik mijn buik bij de tweede poging had aangespannen, omdat de arts met haar nagels in mijn buik had geprikt. We hebben toen heel bewust tegen elkaar gezegd, dat we ons best hadden gedaan en dat we er niks aan konden doen, zodat we ons daar later niet schuldig over zouden kunnen voelen. Soms als ons kindje heel druk bewoog, ging ik op handen en voeten zitten om meer ruimte te maken in mijn buik, zodat hij misschien nog zou kunnen draaien, maar dat lukte hem niet.

Omdat Tijs' hoofdomtrek en gewicht gemiddeld waren, mijn bekken in orde zou zijn en Tijs in een onvolkomen stuit lag met beide beentjes omhoog, was alles gunstig voor een natuurlijke bevalling. Er werd uitgelegd, dat ze in het Diakonessenhuis heel ervaren zijn met stuitbevallingen, en dat slechts 29% van de stuit-ligging zwangerschappen in een keizersnee eindigde. We zouden goed in de gaten gehouden worden, en als de bevalling niet "vlot en soepel" zou verlopen, dan zouden ze ingrijpen met een keizersnee. Een geplande keizersnee werd dus niet als optie gegeven. Verder werd ons uitgelegd dat de persfase heel belangrijk was, want na de geboorte van het lijfje, zou het hoofdje in de laatste perswee binnen 10 minuten moeten volgen om zuurstofgebrek te voorkomen. Uit bezorgdheid gaven we nog aan, dat ik zelf via een keizersnee was geboren, omdat mijn moeder een te nauw bekken heeft, en dat dat binnen mijn familie meer voorkomt. Daar hoefde ik me echter geen zorgen over te maken volgens de gynaecologen. Dus wachtten we vol vertrouwen de bevalling af.

Die begon om kwart over 3 in de ochtend van 25 juli 2000. Binnen een half uur, kwamen de weeën om de 5 minuten en een uur later waren ze al om de 3 minuten, dus belden we het ziekenhuis. Om 6 uur 's ochtends mochten we komen. In het ziekenhuis bleek ik 1 cm ontsluiting te hebben, en omdat mijn weeën niet sterk genoeg werden gevonden, mocht ik onder de douche gaan. Toen dat niet hielp, werd ik tegen 11 uur aan een oxytocine-infuus gelegd. Ik ben op een gegeven moment gaan staan omdat de been- en rugweeën te pijnlijk waren als ik lag en zo kon Guus iedere 3 minuten mijn benen masseren. Zo heb ik uren op een celstofmatje gestaan, terwijl ik vast zat aan het infuus, inwendige slangetjes die de weeënactiviteit en Tijs' hartslag registreerden en de meconium langs mijn benen liep. De ontsluiting werd af en toe gecontroleerd en vorderde tergend langzaam. Tussen half 5 en 5 uur, zag ik het niet meer zitten. Ik had toen 7 cm ontsluiting en besefte dat het nog uren ging duren. Ik had amper 3 uur slaap gehad die nacht en had geen puf meer om te blijven staan, maar liggen durfde ik ook niet. Ik zei tegen Guus, dat ik geen vertrouwen had in het laatste stukje van de bevalling, omdat ik te moe werd. Er moest iets gebeuren en ik was zelfs bereid tot een keizersnee, terwijl ik daar altijd bang voor was geweest. Na veel aandringen dat het niet goed ging, besloot de arts-assistente mij een verdoving te geven in mijn been. Ik raakte zo versufd, dat ik op mijn zij heb kunnen liggen, en niet meer kon reageren op de pijn. Tegen half 8 voelde ik persdrang; ik bleek volledige ontsluiting te hebben.

De gynaecoloog werd geroepen en ik werd in de beugels gelegd. Toen alles klaar was vielen de persweeën bijna weg. Ze kwamen om de 8 minuten en duurden zo kort, dat ik amper twee keer kon meepersen. Ik zei tegen de gynaecoloog en de arts-assistent, dat ik geen "oergevoel" voelde, maar de gynaecoloog zei dat ik het goed deed. Na een uur was er nog weinig vordering, en helaas besloot de gynaecoloog dat we nog een half uur door zouden gaan, anders werd het een keizersnee. Ik dacht toen nog, "die had ik vanmiddag willen hebben". Even later kwam er een voetje tevoorschijn, en bleek Tijs dus in een half onvolkomen stuit te liggen. Er werd geholpen met de geboorte van zijn armpjes en toen moest na bijna anderhalf uur persen Tijs' hoofdje geboren worden. Ik moest me heel erg concentreren of ik die laatste perswee voelde aankomen, en toen die er was werd er veel geschreeuwd, geduwd en getrokken en werd Tijs ineens op mijn borst gelegd. Het was 21.12 uur. Ik hoorde "afnavelen SNEL!" en voelde paniek en wist dat het ernstig mis was. Tijs werd meteen meegenomen en in een kamer naast ons werd hij door een kinderarts onderzocht. Ik voelde me ontzettend bezorgd, hoorde Tijs door de deur heen huilen en een verpleegster zei, dat dat een goed teken kon zijn.

Toen werd Tijs even bij me gelegd; ik herinner me alleen dat hij een gestreept mutsje op had en dat hij me aankeek en hele zielige geluidjes maakte. Ik voelde dat het niet goed was met hem, en heb me verontschuldigd tegen hem: "het spijt me zo, dat je dit mee moet maken". Toen namen ze hem mee om in de couveuse te leggen en onderzoek te doen; we wilden niks liever dan dat ze alles deden wat goed voor hem was. Ondertussen lag ik nog steeds in de beugels te wachten op hechtingen. Daar heb ik nog ruim een uur zo gelegen, terwijl we in grote onzekerheid verkeerden over Tijs. Er werd beloofd, dat ik na het hechten en het douchen naar Tijs zou worden gebracht, maar uiteindelijk werd ik tegen 12 uur 's nachts naar de kraamkamer gebracht en ben ik niet meer op de IC geweest. Ik kreeg een polaroid van Tijs en vond dat hij er niet goed uitzag. Ik heb een knop omgezet, en me voorgehouden dat ik moest wachten tot de volgende ochtend.

Om 6 uur 's ochtends werd ik wakker gemaakt door een verpleegster die zei dat het niet goed ging met Tijs. Ik riep "oh nee" en voelde me misselijk van bezorgdheid. Tijs zou naar het WKZ overgebracht worden. Ik werd naar een andere kamer gebracht, waar Guus ook snel aankwam. Hij vertelde dat hij die nacht nog op de IC was geweest voordat hij naar huis ging, omdat de kinderarts, die speciaal terug was geroepen voor Tijs, hem mee had genomen. We hebben uren gewacht, de gynaecoloog, de kinderarts en een arts-assistente kwamen na elkaar nog langs. Ik heb aan de kinderarts nog gevraagd of het om gezond of gehandicapt ging, of om leven of dood. Hij hoopte het eerste, maar eigenlijk klonk dat al twijfelachtig.

Ineens kwam Tijs in een couveuse even bij ons, hij ademde nog zelf, ik sprak hoopvol tegen hem, raakte hem aan en toen was hij weg. We moesten nog lang wachten voor wij pas om half 11 met een taxi naar het WKZ konden. Eenmaal op de afdeling hoorden we meteen het ergste nieuws: Tijs zou niet blijven leven! De kinderarts legde uit wat er aan de hand was en beantwoordde allerlei vragen. Doordat in de laatste perswee het hoofdje van Tijs klem had gezeten, scheurde er een vlies in zijn hersenen. Pas later hoorden we, via de telefoon, van een andere arts dat Tijs een schedelbasisfractuur opliep tijdens de geboorte. Daardoor ontstond een hersenbloeding rond de hersenstam, waardoor zijn vitale functies begonnen uit te vallen. Dit was tijdens de voorbereidingen nooit besproken en vanwege de controles wisten we niet dat we nog het risico liepen van klemzitten van zijn hoofdje in mijn bekken. Later hoorden we zelfs dat Tijs in de ambulance nog is gereanimeerd. Gelukkig heeft die reanimatie effect gehad, ik moet er niet aan denken hoe het geweest zou zijn als hij onderweg zonder ons was gestorven.

Toen we bij hem mochten lag hij in een soort coma, of eigenlijk was hij al hersendood. Hij had zijn oogjes nog open en lag aan allemaal infusen en metertjes vast, maar wat was hij mooi! Ik klapte dicht en Guus stond hartverscheurend te huilen. Er zou nog een onderzoek gedaan worden en toen hij daarvan terugkwam, waren zijn oogjes voor altijd dicht. Ik heb familie gebeld, en het droevige nieuws verteld. De verpleegster zij dat iedereen langs mocht komen. In overleg met een kinderarts werd duidelijk, dat hij waarschijnlijk de volgende dag al zou overlijden. Wat voelde ik me leeg toen familie en een paar vriendinnen langskwamen; allemaal gedoe voor ons kindje dat toch niet zou blijven leven, maar ook voelde ik me trots op ons mooie lieve zoontje. We werden ontzettend goed opgevangen door twee verpleegsters. Er werd in een schriftje een dagboekje bijgehouden en we werden gestimuleerd om kleine dingen met Tijs te doen. Zo hebben we hem gewassen, verschoond en aangekleed. We hebben met hem in bed gelegen, nadat een verpleegster zorgvuldig alle slangetjes had verplaatst. We hebben Tijs geknuffeld en geroken en we werden rustig van het samen zijn met hem.

Borre Tijs ligt tussen ons in

Die nacht sliepen we vlakbij in een andere kamer. 's Nachts werd ik nog wakker en ben even bij hem geweest. De volgende dag hebben we een maatschappelijk werker gesproken; we wilden ons voorbereiden op wat ons allemaal te wachten stond, nu we ineens een afscheid moesten regelen. Ook kwam mijn hele bevallingsverhaal eruit. Tegen 4 uur waarschuwde een verpleegster ons, dat het slechter begon te gaan met Tijs. Ik schrok ontzettend en we zijn opnieuw met hem in bed gaan liggen, maar toen stabiliseerde zijn hartslag. Uren later, toen zijn hartslag zo gedaald was, haalde een verpleegster de beademing eraf. Wat was het stil ineens, maar een echte overgang van leven naar dood hebben we niet gemerkt. Tijs is rustig in mijn armen tussen ons in op zijn eigen moment gestorven. Zo bleven we nog even liggen en daarna hebben we hem in bad gedaan, gewassen en aangekleed en toen we met het hele ritueel klaar waren, was het kwart over 9 's avonds. Hij was 2 dagen oud.

De opa's en oma's kwamen binnen en hielden hem om de beurt vast. Er werden veel foto's gemaakt. Het was fijn om hem eindelijk helemaal vast te houden. Toen heb ik hem in zijn bedje gelegd en zo wilde ik eigenlijk afscheid van hem nemen. Maar onze verpleegster drukte mij gelukkig op het hart, dat we Tijs na de obductie moesten ophalen om hem mee naar huis te nemen. We spraken af om de volgende dag op haar te wachten, want anders durfde ik niet. We hebben hem voor haar nachtdienst opgehaald en wat was dat een opluchting. Tijs was zo mooi, hij was niet meer gezwollen van het vocht in zijn hoofd en hij zag er heel vredig uit. De verpleegster had zijn handjes al een beetje opgewarmd. Het viel ons mee om ineens een koud kindje te voelen, omdat we een soort blijdschap voelden over het feit dat we hem weer zagen. We namen hem mee naar huis en daar heeft hij in een reiswieg aan het voeteneind van ons bed gestaan.

Lieve Borre Tijs wat ben je mooi

We konden hem bij ons op bed leggen, ik las hem verhaaltjes voor en we maakten veel foto's van Tijs. Familie en vrienden kwamen langs om Tijs te zien en ons te steunen. En de dag voor zijn afscheid hebben we Tijs zijn kamertje laten zien en hem zelfs nog in zijn wiegje gelegd en op de commode zijn haartjes verzorgd.

We zongen voor Tijs tijdens zijn afscheid

De volgende dag was het prachtig weer. Iedereen kwam ons ophalen en was in het wit gekleed. Het was moeilijk om met Tijs over de drempel te stappen en te weten dat we nooit meer terug zouden komen met hem. We gingen naar Amelisweerd, waar we langs het water wandelden in een mooie optocht. Op een open plek in het bos hielden we een picknick. Er werden liedjes gezongen, er was muziek, er werden verhalen en gedichten voorgelezen en Tijs kreeg nog kadootjes om mee te nemen op zijn reis. Tenslotte schreef iedereen iets liefs voor hem op witte vlaggetjes en bij het weggaan lieten we witte ballonnen op. Zo gingen Guus en ik met Tijs weg om hem naar het crematorium te brengen. Daar heeft Guus nog gitaar voor hem gespeeld en gezongen. We legden hem in een ander mandje met al z'n spulletjes, knuffels en een foto van ons en we dekten hem af met een mooie doek. Het was verschrikkelijk moeilijk om hem zo achter te laten en te beseffen, dat we hem nooit meer zouden zien.

Na een half jaar hebben we zijn urn opgehaald en zijn as zit nu in een soort doosje van brons met daar bovenop een bronzen beeldje van zijn hoofd, gemaakt door een kunstenares. Zo kan ik hem af en toe nog een aai over zijn bolletje geven, zoals tijdens de zwangerschap. Zijn plekje met het beeldje, een paar foto's en allemaal andere spulletjes is een soort tempeltje geworden en er staan altijd bloemen bij.

Borre Tijs is nog iedere dag in onze gedachten.

Tijs' tempeltje in de woonkamer

Helaas, moesten we de tekst op je geboortekaartje aanpassen

Refrein van liedje geschreven door je opa

Borre Tijs die is zo wijs
Borre Tijs die is zo wijs
Hij stopte een heel leven in twee dagen
Borre Tijs die is zo wijs
Maar nou gaat hij weer op reis
en laat ons hier alleen met onze vragen

Gedichtje ter ere van Tijs' eerste verjaardag

Troostend denk ik diep bewogen
bij de pijn van het gemis
dat waar jij bent heengevlogen
het beslist heel prachtig is

geschreven door Opa Paul Pilgram