KievitsbloemKievitsbloemKievitsbloem

Rebecca Marit van Wijngaarden

* 25 mei 2005 - 27 mei 2005 †

Koos en Christine

Voor onze lieve dochter en zusje Marit*

Dit is ons verhaal over ons lieve dochtertje en zusje Marit van Wijngaarden.

De zwangerschap

In september 2004 kwamen we erachter dat ik zwanger was van ons tweede kindje, we waren erg blij, Sander zou een broertje of zusje krijgen! De zwangerschap is heel voorspoedig verlopen. Al snel voelde ik de baby bewegen en nog wat later zag ook Koos heel goed de baby bewegen. Het is al die tijd een echt drukteschoppertje geweest. Op 17 mei 2005 was ik uitgerekend. De maandag voor de bevalling zijn we nog naar de verloskundige geweest; alles zag er goed uit en het hartje was goed te horen, er was geen reden om ons zorgen te maken. De bevalling liet al een week op zich wachten maar we moesten gewoon nog geduld hebben.

Woensdag 25 mei 2005

Woensdagochtend voelde ik de baby nauwelijks bewegen. Ik dacht dat de baby sliep en zo energie spaarde voor de bevalling. Al enige dagen en met name de laatste uren voelde ik wel aan dat de bevalling op gang wilde komen. Mijn moeder vroeg woensdagochtend of ik de baby nog wel goed voelde bewegen. Ik zei dat ik het die ochtend nog gevoeld had maar dat het nu wel erg rustig was maar dat de baby wel zou slapen.
Toen mijn moeder weg was ging ik mij toch wel ongerust maken. Ik heb aan mijn buik lopen schudden en duwen, normaal kreeg ik gelijk reactie terug, maar nu niets. Na wat wikken en wegen heb ik toch maar de verloskundige gebeld die toen het ziekenhuis heeft gebeld voor een afspraak. Het ziekenhuis belde daarna dat ik 's middags om 14.00 uur werd verwacht.

Ik belde Koos even voor 12.00 uur op zijn werk dat hij direct naar huis moest komen. Ik was toen erg van streek. Koos dacht dat de weeën waren begonnen maar ik belde even later nogmaals dat het niet echt begonnen was maar dat ik mij heel erg ongerust maakte en dat we om 14.00 uur een afspraak in het ziekenhuis hadden. Toen Koos thuiskwam was ik weer enigszins gekalmeerd. We aten nog wat en Koos ging nog even douchen.

Toen we in het ziekenhuis kwamen hoefden we niet lang te wachten. Er werd een hartfilmpje van de baby gemaakt. Dit duurde ongeveer een half uur waarin ik regelmatig op mijn andere zij moest draaien. De zuster meldde ons dat het hartritme van de baby "vlak" was. Dit was reden tot enige bezorgdheid waardoor de gynaecoloog erbij werd gehaald. De gynaecoloog keek met echoapparatuur naar de baby en constateerde dat er zeer weinig vruchtwater aanwezig was. Mede gezien de resultaten van het hartfilmpje was het snel duidelijk dat volgens de gynaecoloog de baby aangaf dat zij er uit wilde. Ook dacht hij dat de baby klein was en dat zij niet veel zou kunnen hebben. Op de echo kon echter niet veel vastgesteld worden omdat er weinig vruchtwater was; dit vruchtwater zorgt namelijk voor contrast.

Er werd al gesproken over het inleiden van de bevalling of een keizersnee. Wij zagen het inleiden niet zitten: als het kindje al kwetsbaar was dan zou een "normale" bevalling veel stress met zich meebrengen én het zou wel eens lang kunnen gaan duren. Wij wilden dan ook liever een keizersnee. De gynaecoloog kwam na overleg met de mededeling dat het kindje dezelfde middag nog d.m.v. een keizersnee zou worden gehaald. Er was geen sprake van een spoedgeval maar het moest wel snel gebeuren. Er was nog even tijd om mijn zus te bellen. Mijn zus zou bij de bevalling aanwezig zijn. Zij kwam direct naar het ziekenhuis en heeft voor de operatie nog met ons gesproken.

Om ongeveer kwart voor vier werd ik naar beneden gebracht naar de operatieafdeling. Bij mij werd de ruggenprik toegediend terwijl Koos speciale operatiekleding aan moest trekken. Nadat alle voorbereidingen waren getroffen, mocht Koos naar binnen en ging op een stoel naast mij zitten. Koos had een fototoestel gegeven aan een assistente om foto's te maken.

Om ongeveer 16:15 uur werd ons kindje geboren. Koos heeft over het doek gekeken en zag gelijk dat het een mooi meisje was. Er werd aan mij gevraagd hoe ons meisje zou gaan heten en ik heb toen gezegd: Marit en was op dat moment zo blij dat ze geboren was en dat ik een kleine meid had. Er was een team van ongeveer 5 personen dat zich ontfermde over Marit. Het ging niet goed; de minuten kropen langzaam voorbij en nog altijd hoorden wij Marit niet huilen. Iemand hield de tijd in de gaten en iedere minuut werd hardop medegedeeld.

Na verloop van minuten werden we heel erg ongerust. Ik riep: "het gaat niet goed wat is er aan de hand"? Ik ging zelfs hyperventileren. Er werd gezegd: "we doen ons best". Ik wist dat ze aan het reanimeren waren en de minuten kropen nog verder: 11, 12, 13 minuten. Op dat moment realiseerde ik mij dat dit echt niet goed ging, zo lang reanimeren. Opeens hoorden wij als uit de verte twee zachte kreuntjes van Marit waarna wij enigszins op ons gemak waren gesteld. Koos zat toen nog steeds naast mij en tegelijkertijd werd ik al gehecht. De gynaecoloog heeft Koos nog wel het vruchtwater laten zien en dat zag eruit als erwtensoep. Marit had erg veel van dit meconium binnengekregen.

Niet lang daarna werd Marit overgebracht naar de kinderafdeling van hetzelfde ziekenhuis waar ze verder zou worden behandeld. Ik mocht nog even snel Marit bekijken in de couveuse en ook even aanraken. Koos moest mee met Marit maar had moeite om mij alleen te laten omdat ik natuurlijk zeer ongerust was. Ik moest eerst een uur naar de uitslaapkamer. Koos moest eerst snel zijn operatiekameroutfit uittrekken waarna hij ook naar de kinderafdeling werd gebracht. Maar eerst ging hij mijn zus ophalen op de afdeling verloskunde en haar inlichten. Ze was al ongerust omdat het zo lang duurde.

Samen met mijn zus ging Koos naar de kinderafdeling. De kamer waarin Marit werd behandeld was dezelfde als waarin Sander 3 dagen na zijn geboorte werd onderzocht als gevolg van een vermeende infectie.
Marit werd nadat ze werd overgebracht naar de kinderafdeling nog steeds door 5 artsen en verpleegkundigen behandeld. Ze konden niets zeggen over de ernst van de situatie en konden ons dus ook niet gerust stellen. De kinderarts kwam na enige tijd vertellen dat Marit zou worden overgebracht naar het Sophia Kinderziekenhuis te Rotterdam omdat het ziekenhuis waar Marit is geboren niet geschikt is voor intensieve behandeling van haar. Ook werd gelijk geprobeerd om mij ook over te plaatsen naar hetzelfde ziekenhuis maar er moest wel een plekje zijn.

Ondertussen hebben twee zusters die Marit hebben opgevangen een polaroidfoto gemaakt van Marit die zij aan mij zouden geven. Ons werd ook verteld dat Marit stabiel was, niet uit eigen kracht maar door de apparatuur. Koos en mijn zus werd verteld dat bij het Sophia Kinderziekenhuis een kinderarts werd opgehaald die zou komen om Marit op te halen en haar klaar zou maken voor vervoer. Na ongeveer 2 uur arriveerde de ziekenauto met de broeders en de kinderarts.

Ik werd na verloop van tijd in bed naar Marit gebracht op de kinderafdeling. Bij twee aanrakingen zagen we Marit heel even hierop reageren doordat zij een beetje schokkerig bewoog, maar dit was zeer minimaal. De gynaecoloog die de beslissing heeft genomen om een keizersnee te doen (heeft hem overigens niet zelf uitgevoerd) heeft nog met Koos en mijn zus gesproken dat hij en het team nooit deze ernstige situatie hadden verwacht en stelde voor om over enkele weken met elkaar hierover te praten.

Het duurde ongeveer drie kwartier tot een uur voordat Marit klaar was voor vervoer naar het Sophia Kinderziekenhuis. Mijn zus zag dat Marit werd vervoerd naar de lift. Marit heeft toen mijn zus heel even aangekeken waaruit zij begreep dat het goed zou komen. Mijn zus heeft als enige Marit haar oogjes mogen zien. >Koos was intussen bij mij en wij werden naar een kamer op de afdeling verloskunde gebracht waar wij familie en vrienden konden bellen. Het was heel zwaar om een geboorte te melden en tegelijkertijd te zeggen dat het niet goed ging met Marit.

Enige tijd later werd ook ik overgeplaatst naar het Sophia Kinderziekenhuis. We mochten al snel even bij Marit gaan kijken en zagen dat er weer veel mensen met haar bezig waren. Ik werd met bed en al naast Marit gereden zodat ik haar aan kon raken. Ook Koos heeft toen Marit gestreeld aan haar beentje en zijn hand op haar borstje gelegd. Op dat moment was de situatie van Marit nog steeds even ernstig.

Later op de avond hoorde Koos van de kinderarts dat hij niet naar huis mocht gaan om te slapen maar dat hij bij mij moest blijven. Op dat moment realiseerde hij zich pas echt hoe ernstig Marit er aan toe was. De arts zei dat ze Marit toch niet stabiel kregen; haar bloeddruk was veel te laag, ze plaste niet terwijl er veel vocht werd toegediend. Ook kon ze niet zelf ademen. Die avond hebben ze ook allemaal sensoren op Marit's hoofdje geplakt om de hersenactiviteit te meten.

Wat er die avond door je heen gaat is met geen pen te beschrijven. Je weet dat je kleine meisje het misschien niet gaat redden en kunt niets voor haar doen, je voelt je machteloos, wanhopig maar vooral verdrietig. Het enige dat wij konden doen was hopen en bidden dat het goed zou komen.

Marit net na de geboorte

Donderdag 26 mei 2005

's Morgens om ongeveer 9:30 uur moesten we met spoed naar Marit toe. We waren bang voor het ergste. Eenmaal aangekomen bij Marit was het weer redelijk rustig. De kinderarts melde ons dat het even zeer kritiek was en dat ze uit twee slechte opties er één moesten kiezen. Het had iets te maken met de zuurstofopname. De keuze was, zoals Koos het heeft begrepen, het uitzuigen van de longetjes en de luchtwegen wat zeer kritiek is bij baby's maar Marit heeft hier goed op gereageerd. Ze hebben zelfs nog wat vervuild vruchtwater weggezogen waardoor het zuurstofgehalte zelfs iets beter werd. We kregen hierdoor weer wat hoop en de kinderarts vertelde ons dat we het kleine beetje hoop wat er toch nog was niet op moesten geven. Aan het eind van de middag zou de kinderarts bij ons langs komen om de dag te bespreken.

Eerder werd verteld (waarschijnlijk 's nachts) dat de hersenactiviteit van Marit erg weinig was. Echter, donderdagochtend was er een overactiviteit van de hersenen waargenomen. Ze waren bang voor epilepsieaanvallen en men was nu meer bezorgd over de hersenen dan over de bloeddruk die al wel iets was verbeterd maar nog lang niet helemaal goed. De arts vertelde ook dat als Marit 's maandags nog zou leven dat er dan een hersenscan zou worden gemaakt waardoor er vrij goed kon worden bepaald wat voor schade Marit had opgelopen én wat de eventuele gevolgen zouden zijn in haar leventje als ze mocht blijven leven. Een aantal mensen uit onze omgeving pikte dit op als een hoopvol teken dat ze niet in direct levensgevaar was, maar Koos en ik hadden hier echter niet veel hoop op.
De middag verliep verder vrij rustig, Koos heeft Marit nog aangegeven bij de Burgerlijke Stand.

Om ongeveer kwart over vijf kwam de kinderarts met een assistente onze kamer binnen. Ze vertelde meteen dat ze nog somberder was dan die ochtend. Haar verwachting was dat Marit de volgende ochtend niet meer zou halen. Ze reageerde namelijk nog steeds niet of nauwelijks op de medicijnen die werden toegediend én ze had nog steeds niet geplast waardoor het toegediende vocht niet weg kon en ze flink was opgezwollen. Ze hadden al flinke epilepsieaanvallen geconstateerd met behulp van de apparatuur wat gelukkig niet lichamelijk tot uiting kwam. Nagenoeg alle medicijnen die konden worden toegediend waren inmiddels tot een maximum ingezet maar ze reageerde er niet of nauwelijks op. Om de epilepsieaanvallen te bestrijden kon de arts nog één zwaar medicijn inzetten maar ze waarschuwde dat dit niet zonder risico was.

In overleg met haar hebben we besloten om de familie en vrienden die donderdagavond de gelegenheid te geven om Marit nog even te zien en afscheid van haar te nemen.
Toen we na het gesprek met de arts na ongeveer een half uurtje weer bij Marit gingen kijken waren ze al bezig met de voorbereidingen om het laatste medicijn toe te dienen dat de epilepsieaanvallen zou moeten verminderen. We dachten toen dat ze misschien die avond al zou overlijden.

's Avonds kwamen familie en vrienden afscheid nemen van Marit. Later op de avond, toen Koos bij Marit was, zei een zuster of arts dat ze toch nog iets zou proberen als er een bepaald iets zou optreden. Koos vroeg haar of dat echt nog nodig was waarop de zuster alleen maar nee kon schudden met haar hoofd en haar emoties niet meer de baas was. Het was erg fijn te merken op de afdeling waar Marit werd behandeld dat iedereen bijzonder meeleefde met ons en Marit. Hierdoor hadden wij ook de zekerheid dat menselijkerwijs alles was gedaan om Marit te helpen.

Toen ik die avond bij Marit zat heb ik haar gezegd dat ze van mij op mocht geven, ze hoefde niet langer te vechten, het was een oneerlijke strijd die ze niet zou winnen. Ondanks alles konden wij er op een bepaalde manier vrede mee hebben dat Marit zou sterven. Wij waren ervan overtuigd dat zij het in de hemel beter zou hebben dan hier bij ons. Het was duidelijk dat als Marit zou blijven leven zij als het ware een kasplantje zou zijn en de gedachte daaraan maakte het voor ons dat we er vrede mee konden hebben. Natuurlijk wil je het allerliefste je meisje bij je houden en voor haar zorgen en alle liefde geven, maar het mocht niet zo zijn.

Vrijdag 27 mei 2005

Om ongeveer 10:30 kwam de kinderarts samen met een assistente naar ons toe. Ze vertelde dat nogmaals een echo van de hersentjes van Marit was gemaakt die de voorgaande niet alleen bevestigde maar ook liet zien dat haar hersentjes nog erger waren beschadigd. Ze gaf aan dat qua wetenschap alles was geprobeerd om Marit te helpen maar dat het niet zinvol en eerlijk was om het leventje van Marit nog langer te verlengen. Er werden diverse mogelijkheden besproken om Marit te laten overlijden; we hebben toen besloten Marit bij ons op de kamer te laten brengen zodat ze in onze armen kon sterven.

Toen ze even na elven bij ons op de kamer werd gebracht leefde ze nog; ik wilde dat Koos Marit eerst in zijn armen nam. De beademing werd gestopt en Marit's hartje ging steeds zachter kloppen. Daarna heb ik haar in mijn armen genomen en haar dicht tegen me aan gehouden, wat er door je heen gaat op dat moment, je wilt haar niet loslaten en je zou haar bijna door elkaar willen schudden dat ze wakker wordt, maar je weet dat dat niet kan en niet zal gebeuren. Het moment van haar in mijn armen hebben zal ik nooit vergeten, het was zo intens. Daarna heb ik Marit weer aan Koos gegeven, ik wilde dat Marit bij Koos zou sterven omdat bij mij haar leventje begonnen was. Koos heeft haar nog vastgehouden op schoot zoals hij dat met Sander ook altijd zo fijn vond. Marit is om ongeveer kwart over elf overleden.

Hierna hebben de verpleegsters voor ons met inkt een voet- en een handafdruk gemaakt en zijn er wat haartjes afgeknipt. Mijn schoonmoeder, twee zussen en Koos zijn zus hebben Marit in bad gedaan en haar voor ons aangekleed. Omdat we niet van tevoren wisten of het een jongen of meisje zou zijn hadden we nog geen jurkje voor haar. Mijn zus heeft toen een jurkje van haar eigen dochtertje meegenomen en die bij Marit aangedaan. Toch ook wel een mooie gedachte dat ze de kleertjes van haar nichtje aankreeg.
We wilden Marit meenemen naar huis als ik het ziekenhuis mocht verlaten.

Zaterdag 28 mei 2005

Deze dag is vrij rustig verlopen. Er kwamen die dag nog diverse mensen op bezoek. We zijn natuurlijk wel bezig geweest met wat praktische zaken zoals de tekst op het kaartje en de voorbereidingen voor de begrafenis. We hebben er voor gekozen om hetzelfde kaartje te gebruiken dat we van tevoren uitgezocht hadden, wat gelukkig heel geschikt was.

Zondag 29 mei 2005

Zondagmorgen was het wachten op het ontslaggesprek van mij met de arts en een verpleegkundige. Dit vond plaats aan het einde van de ochtend. De begrafenisondernemer is gekomen en heeft samen met de zus van Koos Marit in haar kistje gelegd. Wij vertrokken alvast naar huis.

Toen we thuis kwamen, waren er al familieleden en vrienden. Al snel kwam ook de begrafenisondernemer met Marit aan. Koos droeg het kistje met Marit naar binnen en zette haar op de salontafel. Dat was een heel ontroerend moment om haar zo thuis te hebben. Koos en ik voelden ook gelijk dat het goed was om haar mee naar huis te nemen. Na een paar minuten heeft Koos Marit naar de babykamer gebracht en haar op de commode gezet. Sander hebben we die dag ook verteld dat hij een zusje had gekregen, dat ze Marit heet maar dat ze maar een paar daagjes bij ons mocht blijven. Daarna zijn we samen met Sander naar Marit gegaan.

Marit opgebaard

Maandag 30 mei 2005

Het was een drukke dag. Het geboorte/overlijdenskaartje van Marit is die dag gemaakt en verstuurd. Verder is er heel veel bezoek geweest om afscheid te nemen van Marit. De dominee is deze dag ook nog langs geweest om de rouwdienst te bespreken.

Dinsdag 31 mei 2005

Deze dag voor de begrafenis verliep vrij rustig. Koos en ik realiseerden ons dat Marit morgen voor het laatst bij ons in huis zou zijn. Ook de begrafenis zelf zorgde natuurlijk voor spanning. Ook hebben we deze dag foto's gemaakt van Marit.

Woensdag 1 juni 2005

Deze dag werd Marit begraven. 's Morgens gingen we met Sander nog even bij Marit kijken om Sander afscheid te laten nemen. Sander heeft "dag Marit" gezegd en heeft haar spontaan nog een aai over haar hoofdje gegeven.

De dominee heeft op haar kamertje nog samen met ons voor ons en Marit gebeden. Daarna hebben we het kistje gesloten. Het sluiten van het kistje is een heel moeilijk moment geweest, het dringt dan tot je door dat dit de laatste keer is dat je je meisje nog kunt zien en daarna nooit meer. Koos droeg het kistje met Marit naar beneden en heeft haar achterin onze eigen auto geplaatst zodat wij als gezin naar de begraafplaats konden rijden.

Koos droeg het kistje met Marit de aula in en zette het op een laag tafeltje dicht bij ons. Het was een dienst vol troostrijke woorden. Na de dienst vertrokken wij naar de plek waar Marit zou worden begraven. Koos droeg het kistje met Marit naar die plek. Koos heeft Marit zelf in haar grafje gelegd. Ook heb ik nog een gedicht voorgelezen voor Marit dat ik zelf een dag daarvoor heb geschreven.
Daarna moesten we weer terug naar de aula. Koos bleef nog heel even met Sander bij Marit staan en vroeg Sander om Marit gedag te zeggen waarop hij naar haar zwaaide.
In de aula kregen de mensen nog gelegenheid om te condoleren en hebben we koffie gedronken. Daarna zijn we naar huis gegaan.

Dit is ons verhaal zoals wij de twee dagen die Marit bij ons mocht zijn beleefd hebben. De precieze oorzaak waarom zij het in mijn buik benauwd heeft gekregen zullen we nooit weten maar doordat zij het benauwd heeft gekregen en daardoor ontlasting kreeg en zij adembewegingen is gaan maken zijn haar longen helemaal volgelopen met meconium. Op het moment dat ze werd geboren is ook haar hartje gestopt met kloppen en was reanimatie noodzakelijk. De schade aan haar hersenen door het zuurstoftekort en het reanimeren was zodanig groot dat haar organen bijna niet meer functioneerden met alle gevolgen van dien. Wij hebben ook besloten geen obductie op haar te laten plegen omdat volgens de kinderarts hoogstwaarschijnlijk door obductie de oorzaak van haar overlijden niet duidelijk zou worden omdat al haar organen ook ernstig beschadigd waren.

Wij missen ons meisje heel erg en zullen haar nooit vergeten, zij is voor altijd in onze gedachten en wij dragen haar mee in ons hart. Wij weten dat waar ze nu is ze het goed heeft, maar haar hier te moeten missen doet verschrikkelijk veel pijn.
Wij zouden het fijn vinden als u een berichtje achter wilt laten in het gastenboek.

Het kistje

Gedichtje dat Christine bij het grafje heeft voorgedragen

Lieve Marit,
Negen maanden heb ik jou
onder mijn hart gedragen,
de eerste schopjes, hoe zachtjes ook,
als een wonder ervaren.
Telkens als ik jou voelde bewegen vroeg ik mij af:
Zul je een jongen of een meisje zijn.
Alles stond al voor je klaar,
en met de dag dacht ik: Kom nu maar.
Eindelijk werd je geboren,
maar ik heb nooit jouw stem mogen horen.
Met alle liefde had ik voor jou willen zorgen,
maar het mocht niet zo zijn;
God wilde dat je bij Hem zou zijn.
Lieve kleine schat,
jij bent voor altijd in mijn hart.
Liefs mama

Het grafje van Marit
(De gevouwen handjes zijn van broer Sander)

Donderdag 3 augustus 2006

Sander en Marit hebben vandaag een broertje gekregen. Thijs is na een spannende zwangerschap gezond en wel geboren waar wij heel dankbaar voor zijn.