KievitsbloemKievitsbloemKievitsbloem

Mariëlle Bogers

* 28 januari 2004 - 26 januari 2004 †

Riny en Marion Bogers

Voor ons sterretje

Een leven nog zo klein en pril,
een leven nog zonder eigen wil.
Nog veilig geborgen in moeders schoot,
vond jij de rust in een stille dood.
Zeven maanden had jij al volbracht,
maar we hebben tevergeefs gewacht.
Je was zo mooi, zo zacht, zo fijn,
heel even mochten we bij je zijn.
Hoeveel we van je houden, zul je nooit weten,
we zullen je nooit vergeten.

Medio 2001, de wens voor een tweede kindje begon steeds sterker te worden. Mark was op dat moment bijna twee jaar oud en met een tweede kindje zou onze grootste wens in vervulling gaan. Nadat ik gestopt was met de pil, kreeg ik problemen met mijn menstruatie. In plaats van eens per maand, werd ik een keer per 2 à 3 maanden ongesteld. Toen we twee jaar nog niet zwanger waren, met een menstruatie die niet in een gestructureerder ritme kwam, werden we doorgestuurd naar het ziekenhuis.

In het ziekenhuis werd geconstateerd dat ik een trage eisprong had. Zwanger worden was niet onmogelijk, maar onze kansen zouden aanzienlijk toenemen als ik hormonen ging slikken. De ervaring had geleerd dat mensen in onze situatie dan vrij snel zwanger werden. Er werd ook nog opgemerkt dat, als ik gewicht zou gaan verliezen, die kans nog groter zou worden. Ik was op dat moment 13 kilo lichter dan in 1999, toen ik zwanger werd van Mark. Na drie maanden hormonen slikken was ik 16 kilo zwaarder. Leuk was het absoluut niet, maar dat namen we voor lief. Nog eens drie maanden later waren we zwanger. Huilend belde ik Riny op zijn werk. Ons zoontje Mark, destijds bijna 4, ging helemaal uit zijn dak toen hij realiseerde wat "wij zijn zwanger" betekende.

Bij de eerste controle kwam men direct op mijn gewicht. Ik had eigenlijk wel mijn best kunnen doen om gewicht te verliezen, gezien mijn voorgeschiedenis. Omdat ik zwangerschapsvergiftiging had en het weekend voor de bevalling het HELLP-syndroom erbij kreeg, werd Mark geboren na 31,4 weken (39 cm, 1307 gram), d.m.v. een spoedkeizersnede.

De klachten begonnen met een blaasontsteking, omstreeks de 24e week van de zwangerschap. Toen ik met 27 weken voor controle naar het ziekenhuis ging, bleek dat ik eiwit in mijn urine had en dus zwangerschapsvergiftiging had. Ik mocht nog even naar huis om mijn spullen zelf bij elkaar te zoeken. De oorzaak van de zwangerschapsvergiftiging weten ze nu nog niet. Mijn overgewicht speelde wel mee: als ik probeerde daar wat aan te doen, zou het een eventuele volgende zwangerschap beter gaan. Bij negen van de tien vrouwen komt de zwangerschapsvergiftiging in een later stadium van de zwangerschap terug, dus dat zou bij mij ook wel het geval zijn. Niets is minder waar.

Augustus 2003. Wat waren wij blij. Maar ook sloeg de angst me gelijk om het hart: "als ik nu maar niet weer ziek word". Ik moest afvallen, dat had ik gedaan, maar was ook weer aangekomen. Die gedachte heb ik direct weer van me af gezet, omdat ik positief wou blijven denken. Als ik weer ziek zou worden, was dat waarschijnlijk in een later stadium en dan zou ons kindje ook groter en sterker zijn. Gedurende de eerste maanden had ik goed opgelet wat ik at, om gewichtstoename tot een minimum te beperken. Zonder er iets voor te doen, viel ik zelfs af. Mijn onderdruk zakte van 90, bij de eerste contrôle, heel gestaag naar beneden. Iedere contrôle werd het steeds beter. Na 20 weken zwangerschap was mijn onderdruk 70. Toen ik dat hoorde, was mijn eerste gedachte: "dat was bij Mark net zo, maar 4 weken later lag ik in het ziekenhuis. Als het nu maar goed gaat ......" Vanaf dat moment kon ik de angst die er al die tijd was geweest, niet echt meer van me af zetten. "Als ik nu maar niet weer..........." en "als ik 24 weken zwanger ben en ik ben nog niet ziek, komt het helemaal goed".

Toen ik 24 weken zwanger was van Mariëlle*, had ik weer dikke enkels. "Niet weer", was mijn eerste gedachte. Ik belde direct de huisarts om mijn bloeddruk te laten controleren. Die was dus hoger, veel hoger dan 4 weken eerder. Op naar het ziekenhuis voor verdere contrôle. Behalve mijn te hoge bloeddruk was er verder (nog) niets aan de hand. Ik kreeg medicijnen en ik moest rustig aan doen: over drie dagen kon ik terugkomen. Drie dagen later was alles nog hetzelfde. Een week later bleek mijn bloeddruk weer omhoog te zijn gegaan en werden de medicijnen verhoogd. Dit ging zo door tot 22 januari 2004; ik was precies 29 weken zwanger.

Tijdens de contrôle die dag werd eiwit in mijn urine gevonden. Dat betekende zwangerschapsvergiftiging en ik moest in het ziekenhuis blijven. Die dag stortte mijn wereld in: ik was weer ziek en zou weer een prematuur kindje krijgen. Op vrijdagmorgen, na een verschrikkelijke nachtrust, besloot ik dat het geen zin had om me tegen de situatie te verzetten. Of ik wilde of niet: ik moest in het ziekenhuis blijven. Als ik me tegen de situatie zou gaan verzetten, werd mijn bloeddruk alleen maar hoger en dat was niet goed voor mij en voor ons kindje. Riny was in staat om voor zichzelf en voor Mark te zorgen. En als hij moest werken, kon Mark bij opa en oma terecht; een betere oppas konden we niet krijgen. Na school zou oma met Mark naar het ziekenhuis komen, zodat ik Mark iedere dag even kon zien.

Ik had met Mark 4,5 week ervaring opgedaan, hoe ik me zo rustig mogelijk moest houden. Met ups en downs, dus ik ging ervoor. Omstreeks 20.30 uur kwam een verpleegster om Cortizon-injecties te geven voor de longrijping van Mariëlle*. Stomverbaasd was ik op dat moment. Hoezo?? Wat is er aan de hand?? Gaat het niet goed dan?? Overdag had ik niets anders te horen gekregen dan dat ik moest proberen om me rustig te houden, omdat mijn bloeddruk te hoog was. Alsof ik dat zelf niet wist. Op de vraag hoe hoog, kreeg ik geen antwoord.

Na aandringen bij de verpleegster, werd een arts-assistent voor ons gehaald. Met hem hebben Riny en ik een uitgebreid gesprek gehad. In dit gesprek werd ons uitgelegd dat mijn bloeddruk heel erg sterk wisselde. Gezien de omstandigheden, deed Mariëlle* het nog goed. Maar ze maakten zich wel degelijk zorgen. Ik heb tijdens dat gesprek mijn ervaring verteld van de periode dat ik van Mark in het ziekenhuis lag en wat ik daar niet prettig aan vond. O.a. de onwetendheid: "vertel me gewoon wat mijn situatie is, dan weet ik iets, als ik niets weet maak ik me veel drukker dan goed voor me is."

Hoewel het hier om twee verschillende zwangerschappen gaat, ga je ze onbewust toch vergelijken. "Met Mark had ik toen dit, nu heb ik dat". Op zich is dat niet goed, maar ik denk dat het wel heel erg menselijk is, dat je dat doet. Na Mark had ik me voorgenomen dat, als ik ooit weer een keer in het ziekenhuis zou komen te liggen, ik goed geïnformeerd wou blijven over mijn situatie en geen onzekerheden zou tolereren. Hiermee maakte ik het voor Riny, het verplegend personeel en mezelf er niet gemakkelijker op. Maar op die manier kon ik wel beter met spanningen overweg. Na het gesprek met de arts-assistent kreeg ik alsnog Cortizon-injecties, omdat ik overtuigd was van de noodzaak van die injecties. Ik was 29 weken en 4 dagen zwanger, toen ik het verschrikkelijke nieuws hoorde.

Op 26 januari kreeg ik te horen dat ze gingen kijken waar het kindje zich bevond. Men had drie keer geprobeerd om een CTG te maken van Mariëlle* want het duurde wel heel erg lang voordat er harttonen hoorbaar waren. De mobiele echo-apparatuur kwam er aan te pas. En toen hoorde ik het: "Het spijt me, uw kindje leeft waarschijnlijk niet meer. Ik ga een collega er bij halen." De arts-assistent waar we op vrijdagavond een gesprek mee hadden gehad, kwam erbij. Tenminste een persoon waar ik vertrouwen in had. Hij keek naar de echoapparatuur en zei hetzelfde: "Ik vrees het ergste voor je, maar als je wilt kunnen we nog een keertje kijken op de poli. Die apparatuur is beter, maar de kans is klein dat jullie kindje nog leeft." Mijn man werkt 10 minuten rijden met de auto vanaf het ziekenhuis, maar was die dag net een keer thuis. Hij moest een half uur rijden voordat hij in het ziekenhuis aankwam. Ik was al weer terug van de poli toen hij mij overstuur aantrof op mijn kamer. Daar zaten we met z'n tweeën. Wat waren we gelukkig na 2,5 jaar proberen, waarvan een half jaar hormonen slikken, wij waren zwanger!! En dan 29,4 weken later kregen we dit nieuws. Net als bij Mark, zijn er in de placenta diverse infarcten gevonden; helaas bij Mariëlle* in het cruciale gedeelte van de placenta.

De dag ervoor, zondag 25 januari, voelde ik me de hele dag vervelend: een raar zwaar gevoel in mijn buik, alsof mijn buik niet van mij was. Ik herkende het niet als de verschijnselen van het HELLP-syndroom, want dan heb je last van je nieren of lever, die gaan dan verschrikkelijk opspelen. Nee dit was heel anders. Als je in het ziekenhuis ligt moet je sowieso, ieder dag een CTG maken: ik kreeg die zondag drie CTG's, zonder dat ik wist waarvoor. Ik zag de hartslag wel duikelingen naar beneden maken, maar ook net zo hard weer omhoog schieten, in het ritme dat ik een scheut in mijn rug kreeg.

Van de hele dag op bed liggen krijg je nu eenmaal rugpijn. De spieren zaten me al een week te pesten dus ik dacht dat het kwam door die pijnscheuten in mijn rug. Meerdere malen was er een arts-assistent bij me komen kijken. Maar die zei niets tegen mij behalve "denkt u om uw bloeddruk!!" Hoezo??? Mijn bovendruk was toch al 190/200 of soms nog hoger en mijn onderdruk schoot zo van 85 naar 115 zonder dat ik maar iets deed. Alleen van vier dagen dat soort opmerkingen te horen kreeg ik al stress in mijn kleine teen. "Hallo, ik heb dit allemaal al een keertje eerder meegemaakt, incl. een postnatale depressie (kleintje) er achteraan. Ik weet heus wel dat ik me rustig moet houden, maar jullie moeten niet geheimzinnig gaan doen. Want dan maak ik me wel druk."

Iedere keer kwam er weer een andere arts-assistent naar me kijken: werd ik ook zo ziek van. "Ik ben geen dier in de dierentuin." Eindelijk, om 17.30 uur kwam de allereerste arts-assistent zeggen dat ze zich zorgen hadden gemaakt. Mariëlle* liet zien dat ze het benauwd had gehad, maar ze had zich hersteld. Die buikpijn, ja, wat moesten ze daarvan zeggen. De klachten konden niet worden verklaard. Ik maakte me teveel zorgen, dus dat was waarschijnlijk de oorzaak van mijn buikpijn. Er was wel regelmatig overleg geweest met de dienstdoende gynaecoloog, maar die wist ook niet wat er aan de hand was.

De dag erna wist men mij wel degelijk te vertellen wat er aan de hand was: het was mijn moedergevoel dat ze genegeerd hadden. Mijn eigen gynaecoloog, waar ik al sinds mei 1998 kom, kwam mij dit vertellen. Hij vertelde ook dat de signalen die ik de dag ervoor had afgegeven, moeilijk in te schatten waren. En omdat ik nog geen 30 weken zwanger was en Mariëlle* zich herstelde, had de medische staf besloten om haar niet te gaan halen.

Moest ik nu boos worden??? Verdrietig??? Nee, niets van dat alles. Ik heb alleen gezegd: "ik hoop dat jullie hiervan geleerd hebben, zodat een volgende patiënt dit niet overkomt". Nadat ze overlegd hadden hoe ik zou gaan bevallen, kreeg ik te horen dat ik de bevalling zelf mocht doen. Tenminste, als ik dat wou. Ze zouden me dan de volgende dag 's morgens gaan inleiden. Tenzij ik wilde wachten of de bevalling verder vanzelf op gang zou komen, maar dat kon nog wel eens een week duren. Mijn lichaam was al bezig met het afstoten. Het enige dat ik wilde, is dat het kind zo snel mogelijk uit mijn buik vandaan was. Ik durfde mijn eigen buik niet eens vast te houden. Riny wilde dat graag: het was zijn manier om contact te maken met Mariëlle*. Ik wees het van de hand. "Wat was/ben ik nou voor een moeder, dat ik niet eens voor mijn ongeboren kind kan zorgen". Zo dacht ik toen. Nu denk ik: "ik heb mijn best gedaan, en ik hoop dat ze gelukkig is tussen alle andere sterretjes in de hemel."

Op dinsdag 27 januari werd begonnen met het inleiden van de bevalling. Omdat mijn bloeddruk maar bleef stijgen, kreeg ik magnesium toegediend. Pas toen heb ik me voor het eerst écht ziek gevoeld in de zwangerschap. Op woensdag 28 januari, om 7.25 uur is ons meisje geboren. Een meisje waar we allebei stiekem op gehoopt hadden. Mariëlle* is een beeldschoon meisje van 39 cm lang en 1018 gram. Ik wilde graag dat Mariëlle* direct na de geboorte op mijn buik gelegd zou worden. Maar dat kon niet, want de navelstreng was te kort. Toen ik na 5 minuten Mariëlle* wel op mijn buik kreeg, besefte ik dat dit nou ook weer niet hetgeen was dat ik wilde. Een levenloos kindje op mijn buik. Zoveel gevoelens, zoveel gedachten. En een dochter die niet meer leefde.

Ons lieve sterretje

Mark wist al wel dat zijn broertje of zusje niet meer leefde: dat hadden wij hem maandagmiddag verteld. Hij zou een sterretje krijgen als broertje of zusje. Nu moest ik hem bellen om te vertellen dat hij het zusje heeft gekregen dat hij al die tijd zo graag wou hebben. Gedurende de zwangerschap had hij al gezegd, tegen iedereen die het maar horen wou: "ik krijg een babyzusje." En wij, zijn ouders, wisten niet wat het worden zou. Wij wilden het niet weten. Nu heeft hij zijn babyzusje thuis in een kinderurntje in de kast staan. Een urntje dat speciaal voor haar is gemaakt. Het is een handgemaakte keramische urn. Het is een voorstelling van een boomstam die van boven schuin is afgezaagd, met daarop gezeten een kaboutermeisje. Op de stam zitten twee vlindertjes en onderaan de stam staan twee paddestoeltjes. Verder staat haar naam er met de hand ingeschreven. Een unieke urn voor een uniek meisje. Van beide bestaat er geen tweede op deze aarde.

MarkMarielle.jpg

De grote trotse broer met zijn zusje

Mariëlle* en ik zijn op zaterdag 31 januari thuisgekomen. Voor mij was het heel erg belangrijk dat ze mee naar huis ging. Haar crematie hebben Riny en ik geregeld vanuit het ziekenhuis. Op zondag tijdens de condoleance thuis, hebben we haar kistje dicht moeten doen: ze was niet meer toonbaar voor anderen. Voordat we naar het crematorium vertrokken hebben we met de dominee nog afscheid genomen met z'n drietjes. Ons laatste moment met haar voordat we haar weg zouden gaan brengen. Er zijn maar een paar mensen die Mariëlle* gezien hebben, vlak na haar geboorte, waaronder mijn vader*. Haar opa* die eind maart op zijn sterfbed aan Mark de belofte heeft gedaan om goed op Mark zijn babyzusje te passen, daarboven in de hemel bij al die sterretjes.

Op de momenten dat ik Mariëlle* mis, krijg ik dat ook te horen van Mark. "Mam, je hoeft niet verdrietig te zijn want Mariëlle* is niet alleen: opa* zorgt voor haar". Dat is Mark zijn houvast, zijn zusje het sterretje is nu in de hemel en opa* zorgt voor haar. Ik wou dat ik op sommige momenten net zo kon denken als mijn zoon. Ik moet mij troosten met de gedachte dat ze nu gelukkig is. Wie weet wat voor een leven ze gehad zou hebben als ze was blijven leven. Weten zullen we het nooit. Mariëlle* zal altijd een onderdeel blijven van ons leven. Vergeten zullen we haar nooit, want ze heeft een onvergetelijke indruk achtergelaten.

Op het kaartje van haar overlijden staan twee vlindertjes, in mooie pasteltintjes. Iedere keer als ik een vlindertje zie, denk ik aan ons meisje. Vandaar ook de vlindertjes op haar urntje. Ook als het 's avonds donker is en er staan sterretjes aan de hemel, dan denk ik: "daar staat ze, ze waakt over ons." Tijdens haar crematie brandden er allemaal waxinelichtjes rondom haar kistje. Die stonden daar als sterretjes. Daarnaast de vele bloemen en knuffels. Haar knuffels staan nu thuis op de bank. Mark past op die knuffels: je weet maar nooit of er alsnog een babyzusje of babybroertje komt. Dan vindt Mariëlle* het goed dat die met haar knuffels speelt.

Tijdens de crematieplechtigheid zijn vier liedjes gedraaid. Bij de binnenkomst een muzikale uitvoering van Brahms "Gutenabend, gut' Nacht." Bij het weggaan "Every time we say goodbye" van Simple Red. Als kort intermezzo "Sterretje" een wiegeliedje. Tijdens dit liedje heeft Mark de doopkaars van Mariëlle* aangestoken. En, om niet te vergeten "Zeg me dat het niet zo is" van Frank Boeijen. Als men eens wist hoe vaak er ik nog naar verlang om dat te horen, dat het niet zo is, dat het niet waar is, dat ze gewoon verder leeft...

De laatste groet aan ons meisje

Mariëlle

Als een vlinder uit zijn cocon
ben je van ons weggevlogen.
Je bent zo kort bij ons geweest
maar we hebben je voor altijd
in ons hart gesloten.

We zullen altijd van je houden.
Papa, Mama en Mark