KievitsbloemKievitsbloemKievitsbloem

Jens Duistermaat

* 21 december 2004 - 17 december 2004 †

Marc Duistermaat en Sascha de Vos

De droom gewijzigd

Wij zijn Marc en Sascha, trotse ouders van ons eerste kindje Jens.

Ons verhaal begint op 20 maart 2004. Op die dag wisten wij nog niet dat we een klein maandje later geweldig nieuws te zien kregen op de zwangerschapstest: twee streepjes, ik ben ZWANGER! Natuurlijk dook ik meteen in allerlei boeken en ook op internet was ik regelmatig te vinden om maar alles over zwangerschappen te weten te komen. Ik had inmiddels ook al via zo'n handige calculator uitgerekend dat mijn uitgetelde datum 25 december 2004 zou zijn. Wat zouden we een mooie en bijzondere kerst krijgen dit jaar... De pret werd tweedubbel zo groot toen bleek dat twee vriendinnen van mij ook zwanger waren. En we waren alledrie ongeveer even ver, want de uitgetelde data van ons lagen niet meer dan een week uit elkaar.

Negen weken na de test mocht ik dan eindelijk naar de verloskundige voor de echo. En ja hoor, daar zagen we een ienieminie kindje in mijn buik rondspartelen. Ongelooflijk zeg: er was nog niets van te voelen, nog niets van te zien, maar nu al o zo overduidelijk een mensje. Na tien minuten onafgebroken naar het beeld te hebben gestaard, begon de verloskundige aan wat controles. Ze mat het kindje en ze mat het nog een keer. Wat bleek? Het kindje was al groter dan ik dacht en de uitgetelde datum werd bijgesteld van 25 december naar 17 december. Dit zouden data worden die we later nooit meer zouden vergeten!!!

Na die eerste controle slopen de weken voorbij, het kon mij niet snel genoeg gaan. Langzaam begon mijn buik te groeien en vol trots kocht ik mijn eerste zwangerschapsbroek: eindelijk! De echt leuke tijd brak nu aan vond ik. We gingen zo langzamerhand bezig met de babykamer en er werden regelmatig wel wat kleine spulletjes gekocht. Ook begon de zwangerschapsgym en iedere week ging ik met de twee zwangere vriendinnen naar zwangerschapszwemmen. Heerlijk om zo af en toe echt een uurtje alleen maar puur met je dikke buik bezig te zijn.

Alles verliep eigenlijk op rolletjes. Ik heb me de hele zwangerschap hartstikke goed gevoeld, was alleen een beetje moe, maar ok... dat mag, dat hoort er toch bij? Wat ik wel had, was dat ik eigenlijk vanaf dag 1 bang ben geweest dat er iets niet goed was. Ik heb altijd de angst gehad dat er iets mis zou zijn/gaan met het kindje, of tijdens de zwangerschap of tijdens de bevalling. Misschien is dit een voorgevoel geweest? Die angst werd enorm versterkt toen wij op een avond zaten te wachten op één van de vriendinnen en haar man. Ze zouden bij ons komen, maar dat duurde en duurde.

Uiteindelijk hebben we maar gebeld of ze de afspraak vergeten waren en toen kregen wij het ontzettend nare bericht dat het kindje van hun was overleden. We waren toen 28 weken zwanger. Maaike had zwangerschapsvergiftiging en daar waren ze te laat achtergekomen. De bevalling werd ingeleid en even later is Marieke geboren.
Kapot was ik ervan, vond het zo ontzettend cru en moeilijk te geloven. Hoe kon een baby'tje nou doodgaan? Ik voelde me heel rot, was erg bang, maar heb me hier uiteindelijk redelijk overheen kunnen zetten. Het was onze vriendin helaas overkomen, maar het zou toch absurd zijn als het ons of m'n andere vriendin ook zou overkomen. Hoe groot is die kans, toch...?

Toch bleef ik een raar gevoel houden. De babyspulletjes stonden inmiddels allemaal klaar en de babykamer was ook af, maar ik kon me niet voorstellen dat ik dit zou gaan gebruiken. Zou mijn kindje die schattige kleertjes wel aankrijgen? Ik zag mezelf gewoon niet achter het aankleedkussen staan om die kleine luiertjes om te doen en zo had ik dat eigenlijk met al het babyspul dat we in huis hadden.

Één dag voor de uitgerekende datum had ik weer een controle. Alles was wederom ok en op mijn opmerking dat de baby van mij nu toch best mocht komen, grapte de verloskundige nog: "Oh nee hoor, jij bevalt voorlopig nog niet. Ik kan het zien aan je ogen." Er werden alvast afspraken gemaakt voor eventueel strippen en verwijzing naar de gynaecoloog mocht ik overtijd lopen. Blij liep ik naar buiten: ik zou sowieso binnen nu en twee weken mama zijn.

Ik sliep al een hele tijd slecht en ook die avond zou het wel weer een nachtje beneden worden: tv kijken, computeren en bankhangen. Maar... ik viel in slaap en diep ook! De volgende morgen werd ik wakker en gelijk bekroop mij een heel naar gevoel. Onze kleine schopte me altijd gelijk als ik wakker werd, maar nu bleef het heel rustig in mijn buik. Ik dacht nog: vandaag uitgeteld, zou het dan... misschien is hij zich wel aan het klaarmaken voor de grote reis. Je hoorde toch ook om je heen dat baby's aan het einde van de zwangerschap rustiger zijn in de buik vanwege het ruimtegebrek.

Maar deze gedachte maakte gelijk plaats voor een andere gedachte: hij is niet rustiger, maar hij is TE rustig. Op dat moment wist ik het diep in mijn hart al, maar ik ben er die dag voor weggelopen. Continue stelde ik het uit: "hij zal nu wel slapen"of "hij schopt straks wel weer." Maar ook gelijk erachteraan dat stemmetje in mijn hoofd dat zei dat hij dat toch niet meer zou doen, dat het toch al te laat was.

Marc en ik zijn 's avonds nog naar de bioscoop geweest voor een beetje afleiding. In de auto wachtte ik op de schopjes die ik normaal ook altijd kreeg als we in de auto zaten, maar op de heen- en terugweg voelde ik wederom helemaal niets. Het werd me steeds duidelijker en nog heel lang hiervoor weglopen kon gewoon niet meer.
Uiteindelijk hebben we 's avonds laat de verloskundige gebeld. Zij verwees ons door naar het ziekenhuis om een CTG te laten maken. Ook al zijn het maar vijf minuten in de auto, dat ritje vergeet ik nooit meer. Hoe ik me vanaf dat moment voelde, is moeilijk uit te leggen, maar ik denk dat de woorden 'verdoofd' en 'leeg' het meest in de buurt komen. We stonden in de lift naar de afdeling verloskunde en het voelde echt als een bevestiging halen van wat we eigenlijk al wisten.

We werden naar één van verloskamers gebracht en er werd ons uitgelegd hoe zo'n CTG gedaan wordt. De verloskundige legde de doppen op m'n buik en begon ermee te schuiven... niets. Zo probeerde ze het over m'n hele buik. Nog een beetje extra gel op m'n buik en huppakee weer die doppen er op. Weer niets...

"Nou, ik ga het nu nog één keer met een ander apparaat proberen," zei ze "maar dan moet ik wel gelijk een hartslag hebben." Dus de doptone erbij en daar hoorden we wat... maar de verloskundige hoorde al snel dat dit mijn hartslag was. "Ik ga me nu toch ernstig zorgen maken," is wat ze zei en de blik in haar ogen zei mij genoeg. De gynaecoloog werd gebeld om met het echoapparaat te kijken of er nog enige hartactiviteit was. Deze minuten wachten voelden voor mij als uitstel van executie.

Toen de gynaecoloog er eenmaal was en de sensor op mijn buik zette, zagen we direct een heel stil kindje liggen. Hij liet ons het hoofdje zien, beentjes en langzaam ging hij richting hartje: "Hier zit het hartje, maar het klopt niet meer." De woorden "Sorry, maar jullie kindje is overleden," waren eigenlijk overbodig, maar ze sloegen in als een bom. Daar hadden we dan onze bevestiging... mijn gevoel had me dus niet in de steek gelaten de hele dag: het was over! Mijn grootste angst was waar geworden.

Tja... hoe voel je je dan? Eerst voelden we helemaal niets. Marc en ik hebben elkaar een tijdje zwijgend aangekeken. "Ja...en nu?" Als verdoofd zaten we daar, gelijk zit je in die rare roes. Op een gegeven moment kwamen de tranen wel en je vraagt je af waarom..., hoe kan dit...? Ook kwam het besef dat we dit nieuws moesten gaan vertellen aan ouders, familie, vrienden... Die nacht hebben we alleen onze ouders gebeld. Bellen midden in de nacht als je uitgeteld bent... ze zullen wel hebben gedacht dat we of bezig zouden zijn of dat de baby misschien al wel geboren zou zijn. Maar dan moet je gaan vertellen dat hij dood is...

Later die nacht zijn we naar huis gegaan en daar hebben we wonder boven wonder nog een paar uurtjes geslapen. We hadden in de loop van de ochtend een gesprek met de gynaecoloog over hoe het nu verder zou gaan. Mijn eerste gedachte was: doe maar een keizersnede, dit kind moet eruit. Maar de gynaecoloog zei direct dat dit niet kon, ik zou via de natuurlijke weg moeten bevallen. "Ja die is gek," dacht ik nog "ik ga niet van een dood kind bevallen."

Maar een keizersnede is een operatie en een operatie brengt risico's met zich mee. Bovendien zou 'gewoon' bevallen beter zijn voor de verwerking. Het hoefde ook niet meteen, maar pas als wij er klaar voor zouden zijn. Die dag was het zaterdag en ik had heel sterk het gevoel dat ik afscheid wilde en moest nemen van mijn zwangerschap, van mijn buik. Uiteindelijk spraken we af dat we ons maandagmorgen om 8.00 uur zouden melden op de kraamafdeling om ingeleid te worden.

Dan heb je nog twee dagen... Ze duurden zo ontzettend lang maar waren ook weer veel te snel om. We hebben in die dagen zo vaak gegist naar oorzaken. We hebben veel gepraat, geknuffeld, gehuild. We hebben besproken hoe we de uitvaart wilden, we hebben kleertjes uitgezocht en knuffels die met onze kleine mee zouden gaan. Ook liep ik vaak de babykamer in en gleed met mijn vingers over de meubeltjes, kleertjes, over alles. Dit waren dus inderdaad spulletjes die we niet zouden gaan gebruiken, ik had dit toch altijd al gedacht?

En toen was het moment daar: maandag 20 december 2004. Zoals afgesproken meldden wij ons om 8.00 uur op de afdeling. We werden naar een kamertje gebracht helemaal aan het einde van de gang (ik kijk nu nog steeds omhoog naar die kamer als ik het ziekenhuis in ga). Het personeel was zo ontzettend lief voor ons, de begeleiding was in deze klote situatie gewoon geweldig! Alles ging op ons tempo, hoe wij het wilden. Heel rustig werd ons verteld wat ons allemaal te wachten stond: de onderzoeken vooraf, het inleiden, de pijnbestrijding.

Langzaamaan werd er dan begonnen: er werden aardig wat buizen bloed afgenomen bij mij en Marc en ik werd inwendig onderzocht om te kijken of ik misschien al wat ontsluiting zou hebben. Dit was niet het geval en we werden er op voorbereid dat het wel eens een aardig tijdje zou kunnen duren voor ik zou bevallen. Ik werd ingeleid en dat moment vond ik erg emotioneel. Er was geen weg meer terug nu. Ik besefte nu dat deze nachtmerrie echt waar was. Nog even en ik zou ons kindje gaan baren, maar we zouden hem gelijk weer af moeten geven... een ondraaglijke gedachte.

De ochtend en de middag verstreken zonder dat er eigenlijk iets gebeurde. Wachten, wachten en nog eens wachten, nog meer tijd om na te denken en ook de zenuwen werden er niet minder op. Bij alles wat ik voelde in mijn lichaam dacht ik: "Is het begonnen???" Tegen het einde van de middag begon ik wat zeurderige buikkrampjes te krijgen, maar ik legde de link met weeën echt nog niet. Toen we 's avonds bezoek kregen van mijn schoonfamilie begon het allemaal wat heftiger te worden. Ook dat had ik in eerste instantie niet zo door, maar op een gegeven moment moest ik even stoppen met praten en me echt gaan concentreren op de pijn in mijn buik.

Toen de verpleegkundige binnenkwam om te vragen hoe het was, antwoordde mijn schoonzus dat zij de klok in de gaten had gehouden en ik nu toch echt regelmatig weeën begon te krijgen. Vanaf dat moment ging alles in sneltreinvaart en het leek net of de sluizen werden opengegooid. De weeën kwamen steeds sneller, werden heftiger en al gauw zat er geen rustpauze meer tussen de weeën. Ik kon ze niet meer wegpuffen en de verloskundige besloot mij te toucheren: een krappe één centimeter. Dit was om 21.45 uur. De pijn werd alsmaar heviger en ik wilde toch wel graag de ruggenprik gezien het nog een tijd zou gaan duren.

Om 22.15 uur werd ik naar beneden gereden en een half uur later zat de ruggenprik erin. Op weg naar boven voelde ik de pijn minder worden, maar aan de linkerkant kwamen er nog felle steken doorheen. De verloskundige besloot de tweede helft van het weeopwekkende tabletje niet in te brengen, zodat we wat konden gaan slapen. Hij zei dat de ontsluiting dan langzaam verder zou gaan zonder dat ik daar al te veel van zou voelen.

Marc kreeg een bed bij mij op de kamer en na nog heel even wat gekletst te hebben, deed hij het nachtlampje uit. Gelijk schreeuwde ik dat dat weer aan moest, want de pijn kwam dwars door de ruggenprik heen. Ik schopte de dekens van me af en Marc zag gelijk dat de boel al flink opgezet was aan de onderkant. "Je kan me nog meer vertellen," zei hij "je gaat zo bevallen". Hij is naar de zusterspost gerend en toen de verloskundige binnenkwam, zag ik al aan haar gezicht dat het zover was. Ze toucheerde me en ik had inderdaad 10 cm ontsluiting. Om 00.05 uur werden de vliezen gebroken en ik mocht direct meepersen.

Tijdens de persweeën voelde ik het verlangen groeien om dit kindje ter wereld te gaan brengen... om eindelijk m'n kindje te zien en in mijn armen te houden. Ik had er zo naartoe geleefd en verlangd, nu was het bijna zover. Het persen ging hartstikke goed en alle angst en onzekerheid viel met iedere wee een beetje meer van me af.

Jens wordt gelijk op mijn buik gelegd

Na 20 minuten persen werd onze kanjer al geboren. Op 21 december 2004 zijn wij om 0.35 uur papa en mama geworden van Jens, 52 cm lang en 2900 gram zwaar. Wat ik toen voelde is onbeschrijfelijk. Het was het mooiste gevoel wat ik ooit had gehad, mijn mannetje op mijn buik, nog heerlijk warm. Maar tegelijk ook de enorme pijn en het intense verdriet omdat er helemaal geen leven in hem zat. Het was zo stil in de kamer... Heel even heb ik nog met Jens op mijn buik gelegen, heel eventjes heb ik hem kunnen bekijken, maar toen ging het met mij niet zo goed.

Jens is met de helm op geboren.

Nadat de placenta was geboren, bleef ik bloeden. Telkens perste ik er een golf bloed uit wat voor mij als opluchting voelde, maar wat natuurlijk helemaal niet goed was. Op een gegeven moment begon men toch wat paniekerig te worden. Het middel om mijn baarmoeder te doen samenknijpen werkte niet. Ik kreeg een ander middel toegediend, maar ik bleef ruim vloeien. Om 1.30 uur werd de gynaecoloog gebeld en een kwartiertje later was ze er. Zij gaf mij weer een ander medicijn, maar ook dit kreeg het werk niet gedaan.Toen ze mijn Hb wilden prikken, konden ze geen ader meer vinden waar ze wat bloed uit konden halen. Ze hebben zelfs nog geprobeerd wat bloed uit mijn voeten te krijgen.

Mijn bloeddruk was aan het zakken en uiteindelijk werd er om 2.00 uur besloten dat ik naar OK moest om daar nagekeken te worden. Alles was verder in orde, maar ik bleef nog steeds vloeien (ik had inmiddels al 3,8 liter bloed verloren). Na toediening van een stollingsmedicijn werd het vloeien eindelijk langzaam minder. Om 4.00 uur werd ik naar de IC gebracht. Ik werd wakker en naast mijn bed stonden Marc, mijn moeder en schoonmoeder. Ik heb naar ze geglimlacht en gezegd dat ik er weer was. Daarna ben ik in slaap gevallen, totaal uitgeput van alle inspanningen en emoties van de afgelopen dagen. Marc is teruggegaan naar onze kamer. De verpleegkundige heeft Jens toen nog gewassen en samen met Marc's moeder heeft zij een hand- en voetafdrukje gemaakt.

Hand- en voetafdrukje van Jens.

Toen Marc later op de ochtend op de IC kwam, vroeg hij me of ik Jens bij mij op de kamer wilde. Dat wilde ik wel en de verpleging van de kraamafdeling heeft samen met Marc, Jens naar me toe gebracht. Toen ik Jens zag, zag ik meteen dat hij al erg aan het veranderen was en eigenlijk schrok ik hier best een beetje van. Zijn gezichtje was al meer ingevallen en hij begon behoorlijk blauw te zien. Maar nog steeds was hij mijn prachtige zoon en ik kon nog maar heel even van hem genieten voor we voorgoed afscheid van hem zouden moeten nemen. Om 13.20 uur mocht ik terug naar de afdeling verloskunde en inmiddels was Jens alweer een poosje terug in onze kamer. Ik keek in het wiegje en zag dat hij alweer een stuk veranderd was in de tijd dat ik hem niet had gezien.

Nadat het bezoek 's avonds weg was, besloten Marc en ik dat we afscheid zouden gaan nemen van Jens. Hij ging zo hard achteruit dat we bang waren om de volgende ochtend wakker te worden en te schrikken van hem. Dat wilden we niet. We hebben de verpleging ingelicht en zodra wij er klaar voor zouden zijn, zouden zij Jens naar het mortuarium van het ziekenhuis brengen. We hebben Jens nog aangeraakt, gekust en twee speeltjes bij hem gelegd. Ook de kleertjes die hij de dag erna aan zou krijgen (na de obductie) hebben we bij hem in de wieg gelegd.

En toen was het moment daar... Jens werd opgehaald en voor de laatste keer kijk je nog een keer naar je zoontje. Het wiegje werd uit de kamer gereden en dan besef je je dat je hem nooit meer zult zien!

De allerlaatste foto van Jens

De volgende morgen werd ik wakker gemaakt om bloed te prikken. Vrijwel direct kwam er een verloskundige de kamer op om te vertellen dat mijn vriendin Ester (de laatste van de drie) die ochtend een paar kamers verder was bevallen van een gezonde zoon: Ilan. Helaas mocht ik nog niet uit bed, dus kon ik er niet naar toe. Marc is er later wel even heen gegaan en heeft Ilan naar onze kamer meegenomen om aan mij te laten zien. Wat was ik blij een gezonde knul te zien! Ik had er ook geen moeite mee... dit was Jens niet. Later zei Ester nog wel eens: wie had dat nou geloofd als je van te voren had gezegd: jullie alledrie tegelijk zwanger, maar één van jullie krijgt maar een levend kindje... Niemand toch?

Nog een dag later, op donderdag 23 december mocht ik naar huis. Als eerste zijn Marc en ik samen naar de babykamer gegaan en hebben daar flink gehuild en geknuffeld. We hadden afgesproken dat we de babykamer zouden laten zoals die was. Als we er beiden aan toe zouden zijn, dan zouden we 'm opruimen en de boel op zolder opslaan. Mocht er ooit nog een kindje komen dan wilden we wel de spulletjes weer gebruiken maar de kleuren zouden dan anders worden.

Op vrijdag 24 december hebben we Jens in besloten kring gecremeerd. Alleen onze ouders, broer en schoonzus waren erbij.

Afscheid van Jens.
Ieder legde een witte roos op het mandje.

De eerste periode na het overlijden van Jens, leefden we echt in een roes. Marc pikte de draad echter al snel weer op, mede doordat hij een eigen zaak heeft en dus wel moest. Voor mij lag dat anders. Ik had natuurlijk gewoon mijn verlofweken nog en zat verder overdag alleen thuis. In het begin heb ik mezelf echt opgesloten. Alle rolgordijnen dicht, ik pakte de telefoon niet op... Op een gegeven moment ben ik rustig weer dingen gaan doen: de hond uitlaten, boodschappen doen (het liefst zo ver mogelijk buiten onze stad, want je zou maar bekenden tegenkomen...), een keertje langs op het werk. Zo rolde ik zoetjes aan ook weer 'in het leven'.

Tijdens de eerste nacontrole bij de gynaecoloog was nog niets bekend over de doodsoorzaak van Jens. Wel was er iets uit ons bloed gekomen wat ze graag nader wilden onderzoeken. We moesten dus nog wat bloed afgeven en de uitslag zou een maand of twee later bekend zijn. Bij de tweede, en tevens laatste, nacontrole was de uitslag onverwachts al binnen. Jens was overleden aan een bacteriële infectie. Welke bacterie het is geweest, weten ze niet en daar zullen ze ook niet meer achter kunnen komen. Het 'beestje' is er hoogstwaarschijnlijk in één van de laatste dagen ingeslopen en heeft zeer hardnekkig z'n vernietigende werk gedaan. Waarschijnlijk is dit ook de boosdoener geweest van mijn bloedverlies, de bacterie is namelijk ook teruggevonden in de placenta. De uitslagen van ons bloedonderzoek bleken helemaal in orde.

Dus toch een oorzaak, dit hadden we niet verwacht! En meteen denk je aan de toekomst, meteen zijn er de twijfels en angsten voor een eventuele volgende zwangerschap... zou dit dan weer gebeuren? Die kans was zo zeker als niet aanwezig werd ons gezegd. Dit was een kans die alle zwangere vrouwen hadden en dit keer hadden wij de pech. Op de vraag of wij groen licht hadden om weer te proberen zwanger te raken, kregen wij het volgende antwoord: "Er staat jullie niets in de weg". Twee dagen later, op 20 maart 2005 (dit is precies een jaar nadat ik zwanger raakte van Jens) werd ik weer ongesteld. Als het deze maand meteen zou lukken, zou ik dus weer op 25 december uitgerekend... We besloten dat als het zo zou zijn, het zo zou moeten zijn.

En het heeft zo moeten zijn! Vier weken later bleek ik in verwachting van onze tweede zoon.
Op 15 december 2005 is Jens' broertje Mats geboren.

Gedichtje op de rouwkaart

Een leven nog zo klein en pril
Een leven nog zonder eigen wil
Nog veilig geborgen in moeders schoot
Vond jij in rust een stille dood
Negen maanden had je volbracht
Maar we hebben tevergeefs gewacht
Je was zo mooi, zo zacht en zo fijn
Heel even mochten we bij je zijn
Hoeveel we van je houden
Zul je nooit weten
Lieve Jens
We zullen je nooit vergeten...

Papa en Mama